Vier dagen Bleau en geen enkele nieuwe boulder geklommen. Zeldzaam! Op vrijdag regent het de hele dag. Zaterdag klaart het op. Ik wilde naar Amok, maar moet m’n motivatie vasthouden voor wat anders. Alles is nat. En zonder wind droogt de rots nauwelijks. Corne-Biche dan maar. Daar vinden we één droge boulder. Pavlova. Ima klimt ‘m bijna. Het hoogtepunt van het weekend. Ik wil ook nog wat proberen, dus gaan we nog even naar Le Gardien du Temple. Die zou ook snel drogen. De boulder blijkt minder mooi dan ik verwacht had na het zien van het filmpje. Toch doe ik een paar pogingen op de klamme randjes… Droog is het zeker niet.
Op zondag gaan we eerst naar Bois Rond Auberge. De boulders daar drogen snel. Overhangen zijn droog, maar de top-outs zeik en zeiknat. We hebben het snel gezien en besluiten nog even terug te gaan naar Pavlova. Maar met de bijna-beklimming hadden we het hoogtepunt van het weekend al gehad. Raden wat er gebeurde is dus niet zo moeilijk; het ging weer regenen… Op maandag doen we een rondje Mammouths. Het regent niet en ik wilde gaan zitten onder Ubik. In ieder geval om eens in de passen te kijken. Maar we vonden geen enkel droog blok. De motivatie die ik had neem ik weer mee naar Nederland.
Met kerst weer een kans.

Tien minuten klimmen in vier dagen. Ima doet pogingen in Pavlova. Ik in een natte Gardien du Temple.
Met Bleau in september kwam er een einde aan onze trip. En we waren nog geen drie dagen thuis of ik kreeg een mail van m’n oude werkgever. Of ik diezelfde week nog langs kon komen. Een week later zat ik weer op m’n oude werkplek. Omschakelen was het wel… Maar de motivatie om veel te klimmen ging niet verloren. Drie keer per week in de hal. Fitheid opbouwen en weekendjes Bleau plannen. Afgelopen weekend gingen we vier dagen.
Op donderdagavond rijden. Moe na een week werken. Donkere wegen en zware ogen (de verlichting lijkt nergens meer aan te staan). Afslag Marne la Vallée afgesloten. Over de Périphérique. Een nachtelijke file… Op ons tandvlees halen we Bleau.
Vrijdag
De volgende dag is het stralend weer. Op Apremont Envers wil ik Welcome to Tijuana klimmen, werken in Apparemment Bas en zoeken naar Furtif, de nieuwe boeg van Tony. Welcome to Tijuana lukt snel. Maar de overwinning was groter dan de beklimming. De linker heelhooks gingen vrijwel pijnloos! Eindelijk zit er schot in de zaak: de blessure lijkt over te gaan en ik krijg het vertrouwen in m’n hamstring terug.
Sanne werkt in Clandestino en Tijuana. Beide boulders lijken mogelijk. Ook Frank en Wieneke zijn aangekomen en spelen mee. Pads zijn er genoeg, dus ik ga even bij Apparemment kijken. In september had ik al even aan de lage start gevoeld. Maar met 25 graden en een dunne huid wilde het niet zo vlotten. Nu gaat het beter. Bijna maak ik de verre sprongpas naar de begingreep van de staande versie… Een mooi winterproject!
Als ik terugkom zitten er misschien wel twaalf man bij Tijuana. Het lijkt wel een klimhal. Witte grepen en dikke matten… Sanne, Frank en Wieneke zijn klaar. We lopen richting Furtif. Maar ik stap er niet meer in. Te moe. Dan nog maar even naar Cuvier. In het laatste uur daglicht doet Wieneke pogingen in Super Prestat. Het gaat steeds soepeler en ze komt steeds een pasje hoger. Tot ze nog één voetverplaatsing moet doen om de goede randjes te pakken… Misschien later dit weekend.
Zaterdag
Op mijn verjaardag spreken we af in Gréau. Apparemment heeft mij kennelijk écht moe gemaakt, dus ik doe die ochtend niets. Na een lange warm-up proberen Sanne, Frank en Wieneke Conquistadores. Zonder succes, maar met warme vingers rijden we vervolgens naar Guichot voor Coup de Faiblesse en Coup de Force. Na wat werken en warm worden klim ik beide varianten snel. Mooiere boulders dan ik verwacht had!
Bart, Remmelt en Victor komen vanaf Potala naar Guichot. Drukte onder het dak. Maar na twee snelle beklimmingen (Victor Coup de Force en Bart een onnodige variant naar rechts) verhuizen we naar Bossu de Notre Dame. Ik doe niets meer. We hebben immers nog twee dagen te gaan.
Zondag
Voor zondagmiddag was regen voorspeld. We starten daarom relatief vroeg. Om half elf staan we onder Super Prestat. Maar Wieneke gaat niet lekker. Jammer. Dan maar terug naar Clandestino en Tijuana. De grepen zien er vies uit, maar desondanks klimt Sanne Clandestino in twee overlappende delen. De volgende keer lukt het zeker! Na een zoektocht op Mont Pivot komen ook Bart, Remmelt en Victor langs. Ik wil door naar Furtif. Gelukkig wil Victor mee. Sanne, Frank en Wieneke gaan mee voor de lunch.
Het einde klimmen we allebei snel. Maar als we gaan zitten, merken we al snel waar de moeilijkheden zitten. Jammer genoeg zijn de grepen in het dak ook nog nat. Dat helpt niet mee. Als we er na een uur spelen mee ophouden, vallen de eerste druppels. Goeie timing. Voor Furtif kom ik nog een keer terug!
Maandag
Op onze laatste dag zou het de hele dag regenen. Maar als we ’s ochtends naar buiten kijken is het droog. Het waait hard, dus we hebben goede hoop op droge blokken. Omdat de condities mogelijk tegenvallen, kiezen we voor een paar makkelijke zevens in Rocher de Corne-Biche. Het gebied ligt op een heuvel en vangt veel wind. En inderdaad, de rots is droog. Kurkdroog zelfs. Het is ook een paar graden kouder dan de vorige dagen. Dit zou weleens de beste dag kunnen zijn. In korte tijd klim ik vier mooie 7a’s.
Omdat de wrijving zó goed is, wil Sanne nog even langs Sale Gosse. In september kwam ze al soepel door het begin heen. Maar de top was te ver en de sloper te slecht. Misschien helpen de condities vandaag mee. En jawel. Het begin gaat net zo soepel als anderhalve maand geleden. De pas naar de sloper lukt net niet. Maar de sloper houden en doorslaan naar de top wel. Genoeg te doen deze winter!
Het lijkt alweer lang geleden; tweeënhalve maand klimmen in de Southern Grampians. In het begin filmden we niet veel. Maar naarmate we beetje bij beetje toch steeds meer filmmateriaal verzamelden, ontstond het idee voor een video. Een mooie herinnering aan een fantastische tijd!
Boulders
Cherry Tree 7c [FA] – Buandik (intro)
Hand Solo 7b – Cave of Manhands (intro)
First One 7a – Buandik
Manhandled 7b+ – Cave of Manhands
Desperate Messures 7c+ – Mount Fox (unfinished)
Hillary Step 7c – Buandik
Kant Touch This 7b – Mount Fox
Tunnel Vision (right) 7c – Buandik
Great Expectations 7c – Mount Fox
Immersions (stand) 7b – Venus Baths
The Bakelight Concept 7c+ – Venus Baths
Mantle Problem 7a – The Bleachers (unfinished)
Cherry Picking 8b – Buandik (unfinished)
Great Expectations 7c – Mount Fox
A Puzzle About Belief 8a – Mount Fox
Toen we thuiskwamen wisten we dat de vrijheid nog niet voorbij was. De hele maand september waren we nog vrij. We hadden onszelf een dag of tien gegeven om wat praktische zaken te regelen in Nederland. En om een auto te kopen. Begin september wilden we in Bleau zijn. Maar het vervoer ontbrak nog… Gelukkig was de trip aanzienlijk goedkoper uitgevallen dan vooraf begroot. En een auto is toch wel erg handig!
Dit keer kochten we niet de eerste de beste auto die we tegenkwamen, zoals in Perth. Zes dagen waren we opzoek. Want de auto die we hier zouden kopen, moest langer meegaan dan drieënhalve maand. We hadden een paar voorwaarden: de auto mocht niet te groot zijn, maar pads moeten er makkelijk inpassen. Ook als er meer dan twee personen in de auto zitten. Uiteindelijk kochten we een Mazda Demio uit 2000. Niet zo mooi, wél praktisch!
In Bleau was het nog zomer. En weer klimmen na ruim zes weken helemaal niks doen was wennen. Alles deed pijn! Gelukkig ging het snel beter. Sanne ging op zoek naar een goed project. Ik wilde vooral veel klimmen. Want projecten werkt voor mij niet heel goed met temperaturen van boven de 25 graden en zweetvingers. Lekker buiten spelen en een beetje fitheid opbouwen was mijn doel.


Toch terug naar een oud project: Magic Circus. Weer nét niet. Wederom is Sanne succesvoller. In de Grampians had ik gezien dat Sanne goed overweg kon met kleine randjes. Mur du Son zou wellicht een goed project zijn… Al in de tweede sessie was het raak!
Ima komt een weekje langs. Op dag één meteen 7a+: Fat Cat in Béorlots. Lekkere binnenkomer!
Ook Tabea komt een weekje langs. Met de trein uit Zwitserland. Om Grampians-herinneringen op te halen. Maar ook om te laten zien dat ze ook in Bleau overweg kan met zandsteen.


Patrick bleurbt de Bleurb; iets dat mij na twaalf jaar (af en toe) proberen nog steeds niet lukte… Tijdens een mooie avondsessie later die dag klom ik Ligne de Mire.
La Baleine. Met Sanne’s beta kon Tabea ‘m snel doen. Het lukte Ima net niet…


Tabea cruist Gargantoit. En Sanne (na bijna twee jaar werk) Lady Big Claque! Na misschien wel meer dan honderd pogingen – en ‘m bijna ‘even te laten voor wat ie is’ – lukte het dan toch!


Inderdaad, we maakten een rondje langs de dikke sterren. Double Axel hoort zeker in dat rijtje thuis. Serein krijgt geen dikke ster, maar is zeker een hidden gem!
Je verstaanbaar maken en reizen in een eigen auto. Als het nodig was goed georganiseerd openbaar vervoer. En nooit onderhandelen over een prijs. In Australië en NZ was dat vanzelfsprekend. Maar in Indonesië hadden we geen auto. Het openbaar vervoer kent geen tijdschema’s. En aan het uitvinden waar een bus vertrekt hadden we soms een dagtaak. Als we op een plek aankwamen was de crux er weer weg te komen. Op de dag die we wilden. En zónder teveel te betalen. Het reizen zelf was vaak al een avontuur. Een hele andere ervaring dan dat we het afgelopen halfjaar hadden gehad. En daarom ook een mooie afsluiter van onze trip.
Bali hadden we na twee dagen wel gezien. De ferry van Bali naar Lombok was gelukkig niet zo ingewikkeld.
Op Lombok spendeerden we vier dagen. Drie daarvan bestonden uit de beklimming van de Gunung Rinjani; de op een na hoogste vulkaan van Indonesië. Van 1300 naar 3726 meter en weer terug naar 650 meter in drie dagen. Maar ook wandelen in Indonesië is anders dan in Nieuw Zeeland. We kregen er porters/koks en een gids bij. De trek was zeer de moeite waard, maar onderweg kregen we wéér een bevestiging dat we in een arm land waren. De berg was bezaaid met afval. Natuur heeft hier nauwelijks prioriteit. Geld verdienen staat natuurlijk op één. Opzich begrijpelijk, maar als je vervolgens ziet dat toeristen net zo makkelijk lege waterflessen en plastic verpakkingen in de bosjes gooien… Ongelofelijk zonde.
Zonsopkomst op de top van Rinjani. Op dag 1 liepen we tot 1000 meter onder de top. Op de tweede dag stonden we om 2:30 op om de laatste 1000 meter (voornamelijk puinhelling) te stijgen. En toen het licht werd zagen we waar we stonden..!
De ridge naar de top werd pas zichtbaar toen we boven stonden. In de verte, onder het wolkje, onze kampeerplek.
Na de top daalden we weer af, terug naar de tent, om vervolgens langs het kratermeer (en hotsprings!) naar de tweede overnachtingsplek te gaan.
Toen we op dag drie beneden kwamen stond de volgende trip alweer gepland: vier dagen op een heftig schommelde boot van Lombok naar Flores. Op de eerste avond kregen we ons avondeten nauwelijks weg vanwege de misselijkheid. Gelukkig ging het de dagen daarna beter!
Af en toe een snorkel/zwemstop op fantastische stranden.
En een stop op Komodo en Rinca. Het was paringsseizoen, dus de dragons lieten zich nauwelijks zien. Op Komodo zagen we er één, maar op Rinca hadden we meer geluk!
Op Flores begon het echte reizen. Waar de meeste toeristen een privéchauffeur charteren, besloten wij het ov te nemen. We hadden immers tijd genoeg en bovendien zou het een significant goedkoper uitpakken. Maar al in Labuanbajo kwamen we erachter wat ons te wachten stond. Op de vraag ‘waar en hoelaat vertrekt de bus naar Bajawa?’ kregen we vijf verschillende antwoorden. Pas na een halve middag informeren dachten we de juiste informatie te hebben: de volgende ochtend moesten we om 5:30 in de twééde haven zijn. En daar stonden we. Maar uiteindelijk bleek zowel de plek als het tijdstip niet te kloppen. Vierenhalf uur later, om 10.00, vertrekken we – vanuit de éérste haven – met de bus voor een reis van tien uur…
Gelukkig bleef het bij deze ov vuurdoop. De plekken en tijdstippen (met een marge van een uur) kloppen daarna redelijk. In vaak overvolle busjes met keiharde muziek verplaatsen we ons (soms op het dak) langs de highlights van Flores.
Vol? Welnee. Op het imperial was nog plek genoeg voor een man of vijf. Drie uur van Moni naar Maumere: uitwaaien, vasthouden en oppassen voor laaghangende palmbladeren op een eersterangs positie.
Een tourtje langs de dorpjes rondom Bajawa.
Vliegende honden op Flying Fox Island bij Riung.
Naast Flying Fox Island liggen er nog 20 onbewoonde eilandjes voor de kust van Riung. Met een lokale visser toeren we langs een paar mooie spots.
De gekleurde vulkaanmeren van Kelimutu. Niet met de auto en bij zonsopkomst, zoals de meeste mensen doen. Bijna iedere ochtend was het bewolkt. Dus besloten we te lopen en rond het middaguur boven te zijn. Na een wandeling van drie uur bereiken we de meren. Wow! Terug liepen we langs de vele akkertjes, huisjes en vriendelijke locals die ons de weg wezen. Een mooie ervaring!
Daarna konden we twee dagen chillen in de buurt van Maumere, onze laatste stop op Flores.
En toen hadden we nog een dikke week. Omdat we zo snel gingen, besloten we om onze originele terugvlucht vanuit Denpasar niet te nemen. Een week op Bali zagen we niet zo zitten. In plaats daarvan vlogen we vanuit het oosten van Flores naar Sumatra voor onze laatste week Indonesië.
Weekenddrukte in Bukit Lawang.
Twee dagen wandelen door Gunung Leuser NP. We zagen onder andere deze Thomas Leaf Monkey en Orang Utan’s!
Vanaf Bukit Lawang reisden we naar het Tobameer. Daar brachten we onze laatste dagen door. Maar net zoals op het einde van NZ en Australië, was met nog vier dagen Indonesië de koek een beetje op. We waren moe en ik voelde me niet 100 procent. Tijd om naar huis te gaan?
Met een motorbike tourden we over het Samosir eiland in het Tobameer langs de vele Batakhuizen.
Vanaf Medan vlogen we terug naar Singapore om onze spullen op te halen. Gelukkig konden we onze crashpads, slaapzakken en winterkleding daar achterlaten voordat we naar Indonesië vlogen! Na twee dagen Singapore ging onze laatste vlucht met volle bepakking terug naar huis…
Na een dikke twee maanden de Grampians verlaten was gek. De omgeving, de mensen, de kangoeroes en kookaburras, de boulders en de wandelingen ernaartoe; alles was zo vertrouwd geworden! En gek genoeg dacht onze auto daar hetzelfde over. Meteen toen we Horsham uitreden verloor ons witte monster zijn power. Bergop was ie niet meer vooruit te branden. Maar ook op rechte stukken moesten we hoge toeren maken in de derde versnelling om vaart te blijven houden. De vierde en vijfde versnelling waren no go… En het werd alleen maar erger. Met nog 150 kilometer te gaan valt de motor uit. Herstarten lukt, maar vanaf dat moment moet dat iedere 10 kilometer…
Ons doel was Melbourne. Daar zouden we als afscheid wat gaan eten bij Matt, Vanessa en Valerie, om de volgende ochtend door te rijden naar Sydney. Melbourne halen we nét. Onze plannen stellen we bij: de volgende dag verkopen we de auto voor een klein prijsje in Melbourne. Weer een dag later nemen we de bus naar Sydney.
Tweeënhalve week voor vertrek arriveren we in Sydney. Precies zoals gepland, ware het niet dat we geen tijd meer hoeven te investeren in het verkopen van onze auto. Genoeg tijd om te klimmen en de stad te bekijken dus!
Leven in de stad (in een gaar hostel) is omschakelen. De rust en stilte die we gewend waren van de Buandik Campground is hier ver te zoeken. Maar van de andere kant heeft het ook wel wat: klimmen en sightseeing, allemaal bínnen de stadsgrenzen. Iedere klimdag reizen we met onze crashpads met de trein en bus naar de verschillende kleine bouldergebiedjes die letterlijk tussen de huizen in de buitenwijken van Sydney liggen.
Op onze eerste klimdag klom ik deze Fred Nicole klassieker en dé boulder van Sydney. Geopend als 8a, maar dat haalt ie niet. Toch was het een overwinning. In de tweede pas leg ik een vrijwel pijnloze linkerhak, waar ik redelijk hard aan moet trekken! Misschien duurt het nog wel een jaar voordat ik m’n hamstring volledig kan belasten, maar na dik tien maanden merk ik eindelijk vooruitgang!
Sanne warmt op in een 6c in The Villas.
La Lolotte in 7th Day Ascentist, een mooie 7c in The Balkans.
Zon, zee en surfers in de buurt van Bondi Beach.
De Germans zijn er ook! Vier crashpads trekken veel bekijks in het OV. De mooiste reactie kwam van een zwerver: ‘Waar hebben jullie die mobiele matrassen gekocht?? Zoiets moet ik ook hebben!’
Ook de Frenchies zijn van de partij. Julien probeert Paratroopin.
Een dagje op en neer naar de Blueys (zonder klimspullen).
De volgende rustdag: met de ferry naar Manly, langs het Opera House.
Sanne in Hollow Mountain Dreaming.
Sydney List
03/07 L’Homme Obu V10 (The Balkans)
04/07 Savage V8 (The Villas)
04/07 Crack Attack V6 (The Villas)
06/07 Hollow Mountain Dreaming V7 (The Balkans)
06/07 7th Day Ascentist V9 (The Balkans)
06/07 Paratroopin V6 (The Balkans)
07/07 Dyno V6 (Jessicas)
10/07 Pockets of Resistance V7 (The Balkans)
10/07 Sloper Dan Low V7 (The Balkans)
11/07 Low Down Boogie V8 (The Balkans)
11/07 El Kooko V9 (The Balkans)
13/07 Milo and Kofi V6 (The Balkans)
13/07 Mann Killer V6 (The Balkans)
Niet alleen Australië zit erop. Ook klimmen doen we voorlopig niet meer. De eerstvolgende keer wordt in september in Bleau. Aankomende zaterdag vliegen we via Singapore (waar we onze pads en winterkleding kunnen opslaan) naar Indonesië. Updates daarover volgen eind augustus!
Zonder het uit te spreken wisten we allebei dat het na Tasmanië tijd werd om de Grampians te verlaten. Toch planden we nog twee weken Grampians ná Tasmanië. Dat werden er uiteindelijk anderhalf. Terugkomen was fantastisch. Maar toch was de psyche er niet meer helemaal. We hadden eigenlijk alles wel gezien. Bovendien hadden we de geplande twee maanden er al op zitten. En zóveel is er nou ook weer niet…
Er stonden echter nog een paar boulders zónder vinkje op onze lijst. Cherry Picking, op nummer 1 voor mij. Great Expectations hoog op de lijst voor Sanne. Het weer werkte echter niet mee. In de afgelopen anderhalve week hadden we meer regen dan in de twee maanden daarvoor bij elkaar…
Bijna iedere dag regen. Af en toe een heel klein beetje zon zorgde voor mooie plaatjes!
Gelukkig konden we wel klimmen. En met wie! Een onverwacht weerzien met Nuno!
Met bijna volledig herstelde huid klom ik op de eerste dag The Bakelight Concept – een boulder in Halls Gap die ik eerder probeerde. Een goede start! Maar niet lang daarna begint de ellende opnieuw; een eerste kleine split… En zo viel ik de afgelopen week terug in m’n oude ritme: klimmen met tape. Zowel m’n huid als het weer lieten Cherry Picking niet meer toe.
Geen Cherry Picking dus. Of ik baal? Nee. Als ik de trip over mocht doen had ik dezelfde keuzes gemaakt. De lat lag niet te hoog (in de derde week had ik ‘m al kunnen klimmen) en ik had tijd genoeg. Bovendien had ik niet veel keus. De interessante achten in mijn range waren op één hand te tellen. En de boulders die ik naast Cherry Picking had willen klimmen heb ik gedaan. Jammer is het wel; een beklimming had de trip een gouden randje gegeven. Maar ook zonder Cherry Picking kijk ik terug op een memorabele tijd.
Door de sluiting van de Northern Grampians hadden we vooraf niet verwacht dat we de geplande twee maanden Grampians vol zouden maken. Maar dat lukte zonder problemen. De boulders in de Southern Grampians waren net zo mooi als de boulders die ik kende van video’s in het noorden. En klimmen met de Swiss, de Frenchies en de Germans, met Ben, met Matt, Vanessa en Valerie en met Nuno; de club had niet beter kunnen zijn!
De laatste twee dagen hebben we mooi weer. Sanne zet alles op alles om haar fout in Great Expectations van vóór Tasmanie (na de crux loslaten) recht te zetten. In een sessie van vier uur op onze voorlaatste dag lukt het nét niet. Op de allerlaatste dag verandert ze haar beta, na misschien wel 100 pogingen in totaal. De zwaai aan de randjes is iets gecontroleerder. Vasthouden lukt dit keer. Rustig blijven in de uitklim ook. Eén van de mooiste boulders in de Southern Grampians en Sanne’s tweede 7c!
Grampians List
Toen we aankwamen in de Grampians hadden we geen idee waar we konden boulderen. We wisten dat er geklommen werd in het zuiden. Maar waar precies? Gelukkig kwamen we snel in contact met de juiste mensen. Want informatie was er nauwelijks. De gebieden en boulders zijn allemaal relatief nieuw en daardoor ook nog niet veel herhaald. De waarderingen waren vaak maar indicaties. In veel gevallen zat de opener er flink naast. Er is zeker meer ‘traffic’ nodig om waarderingen te bevestigen.
Daarnaast waren de lijnen niet altijd duidelijk. We klommen de lijnen waarvan we dachten dat het een lijn moest zijn. En als er nog geen boulder bestond, verzonnen we een naam, zodat we onderling in ieder geval wisten waarover we spraken. Waarschijnlijk zijn het allemaal geen FA’s, maar de informatie om dat te verifiëren ontbrak.
Gelukkig kwamen we gaandeweg de trip steeds meer mensen met informatie tegen, en konden we steeds meer puzzelstukjes op z’n plek leggen. Hieronder de score van de afgelopen twee maanden, vanaf 7a. Indien bekend eerst de originele graad. Daarachter de waardering waarvan ik denk dat kloppend is.
19/04 Cold Hands, Cold Heart V9 – 7a+ (Cave of Man Hands)
19/04 The Sound of One Man Handclapping V11 – 7c (Cave of Man Hands)
19/04 Manhandled V11 – 7b+ (Cave of Man Hands)
20/04 Kant Touch This V8 – 7b (Mount Fox)
25/04 Dos Manos V11 – 7c+ (Cave of Man Hands)
04/05 Hand Solo V11 – 7b (Cave of Man Hands)
09/05 First One V7 – 7a (Buandik)
13/05 Cherry Tree [FA] 7c (Buandik)
15/05 Great Expectations V10 – 7c (Mount Fox)
15/05 Prow left of Slopey Pocket 7a (Mount Fox)
18/05 Slopey Pocket Highball V8 – 7b+ (Mount Fox)
18/05 A Puzzle About Belief V12 – 8a (Mount Fox)
20/05 Hillary Step 7c (Buandik)
22/05 The Ramp 7a+ (Buandik)
22/05 Diagonal Mind 7b+ (Buandik)
22/05 Diagonal Mind in an Exponential World 7c (Buandik)
22/05 Tunnel Vision (right) V11 – 7c (Buandik)
25/05 Finger Lock Problem 7a (Mount Fox)
25/05 Escape The Spider (right) 7b (Mount Fox)
29/05 The Quickening V9 – 7a+ (The Bleachers)
29/05 The Walker V9 – 7c (The Bleachers)
29/05 The Mantle Problem V6 – 7a+ (The Bleachers)
31/05 Stoplight Arete V10 – 7c+ (Venus Baths)
31/05 Ceramics V6 – 7a (Venus Baths)
07/06 The Hunter V8 – 7b (Mount Talbot)
07/06 Fishhunter V10 – 7c (Mount Talbot)
07/06 Elvis on a Boat 7b (Mount Talbot)
18/06 The Bakelight Concept V11 – 7c+ (Venus Baths)
18/06 Immersions (stand) V8 – 7b (Venus Baths)
21/06 Northern Fire V10 – 7b+ (Buandik)
22/06 Roof V7 – 7a+ (Buandik)
Tasmanië? Jawel. Iets eerder dan gepland, omdat klimmen met vijf getapete vingers toch echt niet werkt… Toen ik een paar weken geleden in Halls Gap drie vingertoppen spleet, overwogen we om onze trip naar Tasmanië wat te vervroegen. We wilden oorspronkelijk pas ná de Grampians naar Tasmanië gaan. Maar een week pauze en daarna terugkomen zou ook niet gek zijn. Uiteindelijk deden we dat niet. Maar hadden we het maar gedaan. Ik verzamelde echter steeds weer nieuwe motivatie om tóch door te klimmen met tape. Ik wilde zó graag! Dus maakte ik mezelf wijs dat ik met drie en daarna vier getapte vingers nog steeds wel 7c+ kon klimmen. En misschien was ’t wel gelukt, als het bij vier gespleten vingers was gebleven…
Daar stond ik dan. Met vijf gespleten toppen en lege handen…
Meteen na de vijfde split hakten we de knoop door: zo snel mogelijk naar Taz en daarna nog twee weken terug naar de Grampians. Het enige dat ons een beetje zorgen baarde was ons wagentje. Zou die de kou en de bergen aankunnen? Na wat research bleek dat vliegen en aldaar een campervan huren een stuk goedkoper was dan de ferry. De keus was dus snel gemaakt! Drie dagen later zaten we in het vliegtuig en toerden we acht dagen in een luxe campervan over het eiland. Een perfecte break!
De Totem Pole! Vijftien jaar geleden zag ik er al foto’s van. Klimspullen hadden we niet mee, maar de wandeling ernaartoe was al de moeite waard.
Freycinet NP. Boulders zonder grepen en mooie baaien.
Het uitzicht vanuit de campervan de volgende ochtend. Niet gek!
Cradle Mountain NP. Er was regen voorspeld, maar het bleef bij zware bewolking en mist. Hoe hoger we komen, hoe minder we zien… Van Cradle Mountain zelf zien we niets.
MONA (Museum for Old and New Art) in Hobart.
De dagen waren kort (het werd donker om 16.30) en de nachten koud (beneden het vriespunt). Gelukkig konden we binnen zitten. Wat een luxe!
Sanne is succesvoller in het afmaken van projecten dan ik. Vorige week klom ze haar eerste 7c en daarna haar eerste 7b+. Ik kon mijn handen alleen vullen met troostprijsjes. Cherry Picking gaf zich nog steeds niet gewonnen.
Sanne in de crux van de krachtige maar tegelijkertijd technische Hillary Step v9. Een mooie eerste!
Mijn ‘vakantie’ is al even voorbij. Gelukkig bracht de pauze wat ik ervan had verwacht: veel mooie boulders die ik niet had willen missen én mijn eerste (echte) Australische 8. Na ruim een week keerde ik terug naar Cherry Picking. Sessie 8 was kort; slechts één poging. Het was warm en de wrijving op de sloper voelde niet goed. Twee dagen later kwam ik terug voor sessie 9. De eerste passen voelden makkelijker dan ooit. Wel tien keer koers ik af op de laatste pas. In mijn hoofd m’n rechterhand, die mooi sluit om het positieve greepje. Voor het eerst raak ik ‘m precies op de juiste plek. M’n lichaam zwaait uit de wand, maar m’n vingers staan nét niet in de semi-arquépositie die nodig is om de zwaai te houden… Dat is inmiddels een dikke week geleden.
De Vic Range in de namiddag. Het puntje op de berg rechtsonder is een reusachtige tarp die de Cave of Manhands droog houdt in de regen.
Tabea probeert Tunnel Vision. Door Nalle geopend als v11. Ik denk dat v9 meer op z’n plek is. Sanne klom de (later geopende) linker uitklim. Volgens de locals 7c+. De minicrimps waren op Sanne’s lijf geschreven. In de tweede poging was het raak: 6c volgens Sanne. 7b+ denk ik, en de Zwitsers konden dat bevestigen :-)
Een mooie en spannende 7b op Mount Fox.
Afgelopen week waren we allebei een beetje ziek. Keelpijn, hoofdpijn en moeheid die we er niet uitgeslapen kregen. Gelukkig konden we een paar dagen chillen bij Ben. Sanne was er slechter aan toe dan ik, dus voor de verandering klom ik een dagje trad met Ben in Arapiles. Daarna gingen we naar Halls Gap.
De Buandik van-crew voor de verandering óók in een huis (op campingstoeltjes weliswaar). Bij Ben aan het diner.
Halls Gap local Oliver liet ons de boulders rondom zijn woonplaats zien. De blokken lijken in verste verte niet op die in de Vic Range. Halls Gap is een mix tussen Bleau en Peak District. Grijze rots met af en toe een kiezel. Veel slopers en veel compressie. Crimps zijn er nauwelijks te vinden. Een goede afwisseling dus!
Peak District? Horse Pens 40? Nee, de Bleachers in de Grampians!
Ik weet nog niet precies wanneer, maar ik ga nog één keer terug naar Cherry Picking. Een allerlaatste sessie. De tijd begint immers te dringen. En m’n huid werkt ook niet echt mee. Waarschijnlijk ben ik iets te lang doorgegaan met de Antihydral. In m’n laatste sessie werkte het perfect. M’n huid was droog en stevig. Maar het kon altijd beter (dacht ik). Ik bleef doorsmeren. Totdat ik afgelopen dagen drie vingertoppen splitte… Wat een bummer. Ik heb het gevoel dat ik nog steeds niet veel gedaan heb, terwijl de tijd zo hard gaat. Ik wil nog zo veel!
Stoplight Arete v10 (met drie getapte vingers). Een super mooie en technische kant in een parkje genaamd ‘Venus Baths’ net buiten Halls Gap CBD ;-) En jawel, ik durf nog niet veel, maar héél voorzichtig kan ik m’n linkerhak weer gebruiken!
Ik had graag mooi nieuws willen brengen, maar kan het (nog) niet. Misschien wel vijftien keer viel ik uit de laatste pas van Cherry Picking. Maar wat zou het leuk zijn om m’n eerste 8b hier te doen. Projecten kost echter veel tijd. De afgelopen week klom ik slechts twee of drie dagen per week. En alleen in Cherry Picking. De rest van de dagen waren nodig om m’n huid te laten herstellen. In de VS en in Rocklands vermeed ik dit soort projecten altijd. Er was nog zoveel meer. Maar door de sluiting van de Northern Grampians heb ik hier minder keus. Toch begin ik druk te voelen. Er zijn nog wel een paar andere boulders die ik hier graag wil klimmen. Ik weet echter ook zeker dat ik Cherry Picking kan. Maar wanneer? M’n Cherry Picking dagen op een rij.
Sessie 1
Toen ik een filmpje zag van Cherry Picking, had ik het idee dat de boulder me wel zou kunnen liggen. En jawel. De begingreep wat net groot genoeg. Op dag 1 maak ik de eerste, en de helft van de tweede pas.
Sessie 2
Met Matt ga ik terug. De tweede pas lukt snel. En met wat powerspotten kan ik de derde pas oefenen. Na een uur werk heb ik ‘m door en niet lang daarna maak ik ook pas 3.
Sessie 3
De volgende dag ga ik terug met een touw. Vanuit de hangende positie lukt het niet om de laatste pas te oefenen. Maar gelukkig kan ik de grepen wel inspecteren. Het laatste greepje is beter dan ik had gedacht, maar het smalle brievenbusje zou wel eens voor coördinatieproblemen kunnen zorgen…
Sessie 4
Pas een dikke week later kom ik toe aan sessie 4. De benzinepomp van ons busje hield ermee op. Daardoor zaten we vijf dagen vast in Horsham. Met perfecte huid ga ik terug om pogingen te schieten. Na twee pogingen heb ik de eerste drie passen gelinkt, maar op het moment dat ik de laatste pas wil aanzetten begint het te regenen. Die dag werd het niet meer droog…
Sessie 5
Ik vind een oplossing voor de laatste pas! In plaats van m’n linkerhand op te tikken, kan ik aanzetten vanaf een iets lagere greep. Dat scheelt een halve pas. Een paar keer sla ik in de buurt van het brievenbusje. Nu weet ik het zeker, ik ga ‘m klimmen! Maar niet meer vandaag. M’n vingertoppen werken niet mee…
Sessie 6
Een paar dagen voor sessie 6 begin ik aan de Antihydral. Het spul werkt perfect en m’n vingers zijn droger dan ooit. Ik kan omhoog voor de beklimming! Alles voelt goed. En door m’n dikkere huid kan ik meer pogingen doen. Tot tien keer toe klim ik naar de laatste pas, maar telkens heb ik het brievenbusje nét niet goed genoeg. Ik word zenuwachtig. Totdat m’n vinger weer bloedt…
Sessie 7
Ik ga door met de Antihydral en drie dagen later sta ik weer onder Cherry Picking. Met een touw check ik voor de zekerheid nog één keer het laatste greepje. Daarna pogingen. Eén keer zitten m’n vingers echt ín het laatste greepje. Maar niet goed genoeg… Dichterbij dan ooit. De enige progressie die ik nog kan maken is ‘m klimmen. Maar een paar pogingen later loopt het bloed weer uit m’n vingertop…
Na sessie 7 besloot ik om Cherry Picking even te laten voor wat ie is. Ik heb nog niet veel andere boulders geklommen en telken drie dagen wachten voor een paar pogingen begint wat bont te worden. Een weekje ‘vakantie’ kan vast geen kwaad…
De vakantie bracht wat ontspanning. Met een getapte vinger kon ik diezelfde dag een project van Oliver (een local uit Halls Gap) openen. Een goede 7c: Cherry Tree. En gister lukte de ‘Matière Grise’ van de Grampians. Net zo moeilijk, net zo mooi.
Sanne is wat succesvoller in het afmaken van projecten.
Af en toe switchen naar routes. Sanne flasht Krankandangle 7a in Muline.











