Southern Grampians

On 28/04/2014, in blog, by Enzo

Het ziet ernaar uit dat de gebieden rondom Mount Stapylton (Northern Grampians) de komende maanden niet open gaan. Maar gelukkig kwamen we via Ben in contact met Matt en Vanessa. Precies de mensen die we nodig hadden! Een paar jaar geleden verhuisden ze vanuit Nieuw Zeeland naar Melbourne om dichter bij de Grampians te wonen. En de afgelopen week lieten ze ons meerdere gebieden in het zuidelijk deel van hun ‘thuisgebied’ zien. Daarnaast werkte ik verder in Cherry Picking v13. Dat zou toch ook wel heel leuk zijn…

64De hele week al circuleerden er geruchten over de mogelijke opening van de Northern Grampians. Maar helaas… Waarschijnlijk moeten we het de komende maand doen met het zuiden. En daar zijn we ook niet meer alleen!

65Boulderen rondom Mount Fox. Een redelijke aanloop en wat zoeken, maar dan vind je wél fantastische blokken! Sanne probeert Kant Touch This V8.

66De Cave of Man Hands als vervanging voor de Hollow Mountain Cave. Hier neem je waarderingen echter met een korreltje zout. Sanne klimt Cold Hands, Cold Heart V9 (in Bleau 7a+).

67Ook in de Cave: Dos Manos V11 (in Bleau 7c/7c+).

68Nog meer Cave (een regendagje). Matt in Hand Solo.

69Ben is ook wel benieuwd naar de boulders in het zuiden.

 

Unlucky…

On 18/04/2014, in blog, by Enzo

Na Bishop en Rocklands stond er nog één boulderbestemming op mijn bucket list : de Grampians. Jaren geleden al zag ik foto’s van Ammagamma en Wheel of Life. In de Grampians klim je op zandsteen. En Ima was er twee jaar geleden en keerde – na anderhalf jaar zonder klimmen – lyrisch en vol nieuwe motivatie huiswaarts. Vandaar dat onze zeven maanden durende trip naar dit deel van de wereld ging. Van de zeven maanden wilden we minimaal twee maanden klimmen. Of om preciezer te zijn: twee maanden boulderen in de Grampians…

Maar de timing had niet slechter kunnen zijn…

Toen we in Nieuw Zeeland waren hoorden we voor het eerst over de branden in de Northern Grampians, veroorzaakt door blikseminslag in januari dit jaar. Ik had nog geen idee in welk deel van het park de boulders lagen. Zorgen maakten we ons niet. Totdat Ima vertelde dat álle boulders precies in dát deel van de Grampians liggen. Oei…

Tijdens onze trip kwamen we Australiërs tegen. Maar allemaal stelden ze ons gerust. ‘We hebben voortdurend branden, maar gebieden kunnen snel daarna wel weer open.’ Loopt wel los dus. Dachten we…

Eenmaal in Australië blijkt de situatie erger dan gedacht. Vanuit Perth lezen we dat de schade aanzienlijk is. Cliffcare Victoria meldt dat het nog wel even kan duren voordat de klimgebieden weer open gaan. Toch maken we ons nog niet druk. We hebben nog een maand voordat we er zijn… En in een maand kan er veel veranderen. Bovendien zullen toch niet álle sectoren gesloten zijn?

Verkeerd gedacht. In Melbourne kijken we voor het eerst op de site van het park zelf. Daar vinden we een update. Het héle gebied waar boulders liggen is niet toegankelijk. FUCK! Wat balen we. Blikseminslag. Uitgerekend daar! Wat een pech.

58De Northern Grampians (het hele park is zeker vier keer zo groot). Het rood gekleurde gebied is gesloten. Alle boulders in de 200 pagina tellende topo liggen binnen de rode cirkel. Alleen Mount Zero is ongeschonden gebleven en dus toegankelijk. Wat het des te zuurder maakt, aangezien de parkeerplaats van Mount Zero toegang geeft tot de helft van de bouldersectoren.

59De klimgebieden gezien vanaf Mount Zero. Als een kindje in de snoepwinkel waar zelfs proeven verboden is…

Boulderen in de Southern Grampians is onze enige optie. Veel boulders zijn er nog niet geopend en documentatie is er nauwelijks. Op internet vind ik één klein kaartje met boulders in Buandik. Wat er zit is hard en het is niet allemaal even mooi. Ik vermaak me in Cherry Picking V13. De boulder ligt me en de eerste passen lukken snel. Toch krijg ik ook hier een dubbel gevoel bij. De boulder is hoog en we hebben maar twee kleine pads. En bovendien ligt het gebied geïsoleerd: eerst 40 minuten dirt road (onze van kan niet zo hard over hobbels) en dan een dik halfuur naar boven lopen. Voor Sanne is er niks…

60Boulderen in Buandik (Southern Grampians). Sanne in een (zelfbedachte) opwarmboulder.

De volgende dag spreken we af met Ben – een local uit Horsham die Ima twee jaar geleden leerde kennen. Hij neemt ons mee naar Arapiles voor een lesje tradklimmen. Weer eens wat anders. En superleuk voor een dagje! We mogen zelfs Ben’s rack lenen. Maar als we de volgende dag willen gaan klimmen, komen we tot aan de rots. Ik kan me er niet voor motiveren: makkelijke routes klimmen op gear. Ik wil interessante passen maken. Hard werken voor een beklimming.

61Mijn eerste echte tradroute.

62En Sanne daarna.

63Ben shows how it’s done.

In plaats van een tradroute stap ik daarom iets later een behaakte 8a in. In ieder geval een beetje een workout. En het ging niet onaardig. Later die dag klimmen we toch nog een tradroute. Je moet toch wat, in één van de mooiste tradgebieden van de wereld. Maar ja, dat is niet de reden waarom we in Australië zijn… Maar gelukkig verdwijnt de baalstemming toch nog een beetje.

Vanmorgen kwam Ben terug naar Arapiles. Met redelijk goed nieuws. Via via kan hij ons in contact brengen met mensen die meer weten over de boulders in de Southern Grampians. Ik ben heel benieuwd hoe de komende week eruit gaat zien..!

 

Van Adelaide naar Melbourne

On 12/04/2014, in blog, by Enzo

8 -12 april

Kenmerkend voor deze voorlopig laatste kilometers: geen fantastisch weer. We wisten dat het een stuk kouder zou worden naarmate we verder naar het oosten zouden rijden. In vergelijking met Perth is het koel. Maar de ruitenwissers moeten ook vaak aan en de zon laat zich zelden zien. Gelukkig hebben we wel genoeg droge momenten en is de Great Ocean Road ook zonder blauwe lucht niet gek!

54Het ‘petrified forest’ bij Portland.

55Wildlife genoeg onderweg. Emoes, pelikanen, walibi’s én koala’s!

56De Twaalf Apostelen, waarvan er nog maar een handjevol over zijn.

57De kustlijn langs de Great Ocean Road. 

 

Van Perth naar Adelaide

On 10/04/2014, in blog, by Enzo

25 maart – 7 april: 4360 km

Op onze eerste dag in Perth vonden we een auto voor onze trip. Maar we konden de stad niet meteen verlaten. Het werd weekend, dus het papierwerk (registreren, verzekeren etc.) moest wachten tot maandag. Dankzij de gastvrijheid van Barend hadden we een fijn huis in Perth én leerden we Matteo kennen. Op zondag ging hij klimmen in een oude steengroeve net buiten Perth en het was geen probleem als wij aanhaakten.

41Touwklimmen met 37 graden… Zweten! Toch kon ik er ook deze keer weer een 7c uitpersen.

Na het weekend registreren we de auto en sluiten we een verzekering af. Op het laatste moment besluiten we om er ook nog ‘road assistance’ bij te nemen. Een soort ANWB Wegenwacht. De volgende dag vertrekken we richting Margaret River. Maar zo’n 100 kilometer buiten Perth begint ons busje te haperen. Ook het gaspedaal reageert raar. Zwetend bereiken we de volgende stad, Bunburry. Maar alle garages zijn al dicht…

42Bivak in Bunburry. Een gare auto en regen… Geen goed begin…

De volgende ochtend staan we om acht uur bij een garage. De man achter de balie lacht ons uit: “Willen jullie dáármee naar Sydney rijden? Dat haal je nooit. Als ik het zo hoor is de koppeling kapot. Dat kost je zo 1.500 dollar. En als we ‘m dan openmaken, wie weet wat we nog meer tegenkomen. Reken maar op 3.000 dollar.” In één klap werd onze auto daar even total loss verklaard.

Een half uur later staan we ons even te oriënteren op een nieuwe auto, maar gelukkig bedenken we ons op tijd. Road assistance! Na één telefoontje is de ‘wegenwacht’ onderweg om naar onze auto te kijken en (kosteloos) het probleem vast te stellen. Na een korte inspectie blijkt het probleem niet in de versnellingsbak te zitten (pfieuw!). Vermoedelijk is er iets mis met de carburateur. We worden doorverwezen naar een kleine garage achteraf, die de boel kan doormeten.

43Na een uitgebreide testrit ging de mechanic op zoek naar ons probleem.

Na een ochtendje stressen konden we weer op pad. Ons grootste probleem bleek een zwaar verstopte fuel filter te zijn, waardoor de benzine niet goed de motor in stroomde. De carburateur was oud, maar ‘die blijft het nog wel doen tot Sydney’, aldus de mechanic. Fijn, een eerlijke garage! En de kosten? Slechts 80 dollar.

Die middag rijden we naar Margaret River. En in de dagen daarna touren we langs verschillende National Parks en de fraaie kustlijn van Western Australia. Overigens valt de natuur een beetje in het niet in vergelijking met Nieuw Zeeland. Maar toch is het zeker niet gek! Vaak zijn we wel wat gelimiteerd, omdat veel parken slechte wegen hebben die alleen met 4×4’s te bereizen zijn. Maar ook daarover mogen we niet klagen. Fijn dat ons huisje weer rijdt en dat we ons over kampeerplekken in ieder geval geen zorgen hoeven te maken!

44Home away from home.

45Bizar hoge bomen met geniale vogels!

46Ook in Australie hebben ze Elephant Rocks. Alleen liggen ze hier in het water.

47De Greens Pools.

48Aan BBQ’s geen gebrek.

49Stirling Range National Park. Eén van de weinige plekken met hoogteverschil. Helaas lag de piek die we wilden beklimmen in de wolken…

Na een kleine week bereikten we Esperance. De laatste ‘stad’ voor de grote oversteek naar South Australia. Met de auto volgeladen met water en 20 liter extra benzine begonnen we onze tocht over de Nullarbor Plain, een immens uitgestrekte boomloze vlakte. Drie dagen eindeloos asfalt. Road trains die ons bijna van de weg af blazen en onze ramen doen trillen. En zwaaien naar tegenliggers omdat het er toch niet zoveel zijn. Iedere dag rijden we zo’n 400 kilometer. En met gemiddeld 90 kilometer per uur houdt ons busje dat prima vol! Op dag vier komen we aan in Ceduna, waar de bewoonde wereld weer begint.

50De Nullarbor Plain: lang en leeg en droog.

51Drie dagen sturen en turen, telkens op weg naar het volgende road house met (peperdure) brandstof.

52Murphy’s Haystacks op de Eyre Peninsula. Boulders. Maar helaas geen grepen…

53Flinders Range National Park. Onze eerste wandeling na twee weken rijden.

Na Adelaide rijden we via de Great Ocean Drive richting Melbourne. Daarna gaan we weer iets terug, maar dan landinwaarts, naar de Grampians. Als ik de berichten op internet lees, zijn de meeste (of misschien wel alle?) bouldersectoren nog gesloten…Nieuwe boulders worden wel geopend in de zuiderlijke Grampians (waar het vuur kennelijk niet heeft huisgehouden). Ik ben heel benieuwd wat we aantreffen over een week..!

 

Nieuwe auto

On 22/03/2014, in blog, by Enzo

Dat ging sneller dan verwacht: op onze eerste dag in Perth vonden we een auto! Na een ochtendje surfen op Gumtree en een aantal telefoontjes, konden we diezelfde avond voor een kleine 2.000 euro een Mitsubishi Express uit 1994 kopen. Nou hopen dat ie ons naar de andere kant van het land wil brengen én dan we ‘m daar voor een mooi prijsje weer kunnen verkopen!

40

Achter de schuifdeur zit een bank/uitklapbaar tweepersoonsbed en achterin een tafel om op te koken. Perfect!

 

Zuidereiland Noord

On 16/03/2014, in blog, by Enzo

Net zoals eind januari regent het als we vetrekken uit Castle Hill. Voor de tweede keer komen we de regenachtige Arthur’s Pass over. En via de Pancake Rocks rijden we richting Takaka. We hebben een dag of vijf voordat we de Coast Track gaan lopen en de Golden Bay ligt er om de hoek. Misschien kunnen we zelfs wel een dagje touwklimmen in Paynes Ford – volgens mij één van de grootste sportklimgebieden van Nieuw Zeeland.

27

De Pancake Rocks in onstuimig weer.

En jawel, aldaar leek ons een dagje touwklimmen een goede dagbesteding. Gordeltjes hebben we mee. Touwen en setten huren we voor een dag. De laatste keer dat ik me inbond om setjes te klippen was ruim twee jaar geleden. En dat waren 6b’s in Berdorf… Ja, routes klimmen is hard werken. Ik was het even vergeten, maar we worden allebei met de neus op de feiten gedrukt. Het gaat niet om de moeilijkheid, maar om de meters: na het derde setje zitten m’n armen gewoon vol. Of het nou een 6b of 7b is. Een 6c onsight zit er niet in (twee blokjes). Ondanks de vorm stap ik later die dag een 7c in. Van setje naar setje zijn het nog geen 6a bouldertjes. Maar alles achter elkaar… Toch neem ik me voor de route in de tweede poging te klimmen; één keer op m’n tandjes bijten om er maar vanaf te zijn… Dat was ik gelukkig nog niet verleerd.

Een domper was m’n hamstring. Door selectief boulders uit te zoeken, kan ik nog aardig wat klimmen. Maar in overhangende routes is er geen ontkomen aan. Continu trekken om je zwaartepunt bij de wand te houden. Ik merkte weer hoeveel last ik ervan had… En dat baart me zorgen voor Australië. Eén ding is duidelijk: de Wheel Of Life kan ik wel vergeten.

Gelukkig was de Abel Tasman Coast Track niet zo steil. M’n hamstring trok het redelijk; in vier dagen zo’n zestig kilometer langs mooie baaien met het helderste water. Alsof we al in Indonesië waren. We doen het rustig aan, maar komen toch vaak vroeg op de kampeerplekken aan. Dus de rest van de dag chillen we aan het strand.

28
Abel Tasman; helder water…

29
Mooie stranden…

30
En af en toe een oversteek goed timen (sommige baaien kun je alleen met laag water oversteken).

De dagen na de wandeling hielden we het weer goed in de gaten. We wilden een paar dagen gaan kayakken in de Marlborough Sounds. Na een paar slechte dagen en een detour via de Nelson Lakes, stonden er twee goede en twee redelijke dagen in het vooruitzicht. Precies wat we nodig hadden.

31
Nelson Lakes National Park. Het contrast met Abel Tasman kon niet groter; van tropische stranden naar alpine hoogtes binnen 100 kilometer. Op de Robert Ridge hebben we zelfs onze donsjassen nodig!

Na een uitgebreide safety briefing (wat te doen als je omslaat etc.) peddelen we de haven van Picton uit. De zon scheen en de wind stond goed. Zó goed dat we al snel besloten om verder te peddelen dan ons oorspronkelijke plan. Maar door een kleine misinterpretatie van de kaart (alle baaien zien er hetzelfde uit) belanden we uiteindelijk na acht uur peddelen op het meest afgelegen stuk van de Queen Charlotte Sound: Cannibal Cove. De naam zegt genoeg…

We zijn kapot. Eten, tentje opzetten en in slaap vallen, het doet allemaal pijn. Onze schouders, biceps en aanhechtingen staan in brand. Alsof we een week week non-stop in Castle Hill hebben geklommen, maar dat maal vijf. Alleen stil liggen is aangenaam. Twee paracetamols helpen. Uiteindelijk vallen we in slaap…

32
Het weer is perfect als we vertrekken vanuit Picton.

33

Pas acht uur later komen we aan in Cannibal Cove, waar de zon al lang niet meer schijnt.

De volgende ochtend zijn we (gelukkig!) verbazend goed hersteld. Een beetje pijn hebben we nog wel, maar peddelen lukt aardig. In drie uur varen we naar Blumine Island, waar we onze tweede nacht doorbrengen. Een fantastische en wederom heerlijk rustige plek. Doordat er op het eilandje geen possums en andere roofdieren zitten, komen er bijzondere vogelsoorten voor. En dat hoor je!

Op dag drie gaat de wekker om zes uur. Het is nog donker buiten. Maar in de vroegste uurtjes is het water altijd spiegelglad. En dat vaart toch een stuk lekkerder! We koersen naar Ratimera Bay. Onderweg zien we in de verte dolfijnen spelen. Maar daar bleef het niet bij…

34
Chillen op Blumine Island.

35
Om zeven uur ’s ochtends zijn er nog geen golven!

Net na ons avondeten – het was een uur of zeven – trok een groep van misschien wel honderd (Sanne zegt 75) dolfijnen Ratimera Bay in. Een half uur lang zien we ze spelen vanaf het strand. Totdat we op het idee komen om de zee weer op te gaan. In twee minuten hebben we ons kayaktenue weer aan, ligt de boot in het water en peddelen we richting de spelende dolfijnen. Ik schrik me kapot als we dichterbij zijn dan ik dacht, en een flinke dolfijn vlak voor onze boot boven water komt om adem te halen. Nu zijn we echt dichtbij! De eerste tien minuten houden ze zich relatief rustig, maar daarna is het ijs gebroken. We zijn omsingeld en krijgen een anderhalf uur durende privéshow, waar we zelf onderdeel van zijn. Als wij beginnen te peddelen zwemmen ze met ons mee. De dolfijnen duiken met z’n vieren tegelijk synchroon uit het water, achtervolgen elkaar onder onze boot door en maken salto’s nog geen twee meter voor ons. Wow!

Op dag vier hoeven nog maar een klein stukje. Terug naar Picton. We slapen wat langer door en om half negen zitten we in de boot. De wind is ons minder goed gezind, maar we zijn al begonnen met nagenieten van de fantastische dagen.

En toen hadden we ineens nog maar tien dagen Nieuw Zeeland over. Na een rustdag rijden we terug naar de Nelson Lakes, waar we een tweedaagse wandeling doen. Voor de verandering slapen we in een hut. Onze tent en slaapmatjes hoeven we niet mee te nemen. En dat scheelt een hoop gewicht! Via de Robert Ridge – waar we eerder ook al op hadden gelopen – lopen we nu dóór, naar de Angelus Hut.

37
Op de vroege ochtend is niet alleen de zee spiegelglad. Ook Lake Angelus heeft geen rimpeltje.

38

Als we op dag twee vertrekken vanaf de Angelus Hut schijnt de zon volop. Maar na een flinke afdaling lopen we de rest van de dag onder zware bewolking.

Met nog een week te gaan, reden we via de Lewis Pass en de Hanmer Springs terug Castle Hill. Daar klommen we twee dagen in prachtig weer. Een goede afsluiter.

39
Okiniwa Steel V8 kon ik nog aan het lijstje toevoegen.

De aankomende dagen spenderen we in en om Christchurch. Donderdag de 20e vliegen we naar Perth. Daar hopen we snel een auto te kopen. En dan touren we in een week of drie, vier richting de Grampians. Nu alleen nog hopen dat het vuur daar tegen die tijd een beetje gedoofd is

 

Castle Hill II

On 23/02/2014, in blog, by Enzo

Kalk blijft kalk. En kalk is niet gemaakt om op te boulderen. Ook niet in Castle Hill. Het komt in de buurt, maar is het nét niet. De omgeving is super: grashellingen bezaaid met mooie grote ronde en vaak hoge blokken. Esthetisch super mooi om te zien. Maar waren ze maar van zandsteen. Of van graniet, desnoods… En hadden ze maar wat meer greepjes. Want kijk je met een klimmersoog naar de blokken, dan vind je weinig echt inspirerende lijnen. Sterker nog, vaak zijn de lijnen onherkenbaar. Een ronde slab omhoog? Waar dan? De boulder zou net zo goed twee meter naar rechts kunnen starten. O nee, daar start dan weer een andere boulder…

22

Wel mooi en duidelijk: The Phoenix v7. Sanne raakt ook gemotiveerd en klimt ‘m ook, op de laatste dag!

Het gebied Castle Hill is verdeeld in twee sectoren: Spittle Hill en Quantum Field. Zo’n tien kilometer verderop ligt het gebied Flock Hill. Als ik de filmpjes en verhalen moet geloven is het daar vooral te doen. Het nadeel: Flock Hill ligt op privéterrein. Er mag geklommen worden, maar er is geen topo (en locals laten zich niet zien met temperaturen van rond de dertig graden). Ondanks dat Flock Hill meer grepen heeft en de lijnen iets herkenbaarder zijn, is klimmen zonder topo hier bijzonder lastig… Want ja, waar loopt de boulder nou? En zo’n rond ei is de ene keer een V4 en de andere keer een V10…

23

Chiel doet een dagje mee en popt Big Yellow Scoop Problem, de mooiste v2 van Castle Hill.

De afgelopen week beperkten we ons daarom tot Castle Hill. Met de topo in de hand liepen we over Spittle Hill en Quantum Field. Op zoek naar lijnen die inspireerden. Een maand geleden klommen we er een aantal (The Joker, Super-Toucher, Opium…). Maar het leek wel of we ze in onze eerste twee dagen meteen allemaal hadden afgevinkt. Her en der vonden we boulders die motiveerden. Duidelijke en mooie lijnen, die erom vragen beklommen te worden. Maar het hield niet over… Koeler dan de vorige keer was het ook niet. Dus vaak werden we pas na het avondeten écht actief.

24

Sanne laat een iron cross zien in Snatch V5.

Uiteindelijk hebben we lekker gespeeld, en na drie weken rondtouren was het heerlijk om weer wat te klimmen. Maar de echte ‘psyche’ – ik kan er even geen ander woord voor verzinnen – was er niet. Castle Hill is mooi en zeker een bezoekje waard. Maar ook niet meer dan dat… Het is zeker geen gebied van wereldklasse en ik zal niemand aanraden om speciaal voor Castle Hill naar Nieuw Zeeland te gaan. Maar ben je in de buurt, dan is het leuk spelen. Waarschijnlijk doen wij dat over een week of drie ook nog één keer. Maar dan écht maar voor een paar dagen.

25

Ook Castle Hill: lekker eten...

26

En lang slapen..!

De Castle Hill List
De waarderingen in Castle Hill hangen voor een groot deel samen met de stijl van de boulders. In echte Castle Hill boulders (mantle’s, bridge’s, duwen en trekken) kwam ik niet verder dan V6. Sowieso moest ik hard werken voor alles moeilijker dan V5. Op de laatste avond lukte me een tweede V9. Een dyno, waar ik vijf keer voor terug moest komen… Ja, zelfs de dyno’s zijn hier geen weggevertjes.

22/01 Rocket Pants V6
22/01 Spanner V6
22/01 Travelling Around the World at the speed of Sound V7
25/01 The Avenger V6
25/01 Opium V7
25/01 The Joker V9
25/01 Super-Toucher V5
25/01 Che Guevara V8
15/02 Tricky V6
16/02 One Move Boulder V6
16/02 Beached Male V7
18/02 Cave Stream Arête V6
18/02 Baby Food V5
19/02 Flashpoint V7
19/02 Kick Start V8
21/02 Inca V8
21/02 The Phoenix V7
22/02 Ape V6
22/02 The Secret of Slow Twitch Motion V9
22/02 Snatch V5

 

Zuidereiland Zuid

On 15/02/2014, in blog, by Enzo

Terug in Christchurch en ruim 3.400 kilometer verder. De eerste helft van onze tour door Nieuw Zeeland zit erop. Een paar weken geleden vertrokken we vanuit Castle Hill naar de West Coast. Maar wat gingen we snel! De eerste paar ‘highlights’ vielen me een beetje tegen. Vandaar misschien de snelheid. Via een regenachtige Arthur’s Pass bereikten we de regenachtige kust. In een paar uur vinkten we de toeristische Franz Josef en Fox Glacier af. Een hoop heisa om zo’n restantje ijs…

Bij Jackson Bay kwamen we langs mooie baaien, maar pas bij Wanaka werd het echt leuk. Na dertig kilometer gravel bereikten we de Rob Roy Track, die ons naar een mooie en een veel rustigere glacier leidde. Dit was het Nieuw Zeeland dat ik wilde zien!

9

De Rob Roy Glacier, hier nog van ver.

Van Wanaka reden we naar Queenstown, waar we reserveringen konden maken voor de Kepler Track in Fiordlands National Park- één van de negen Great Walks in Nieuw Zeeland. Die zijn populair in het hoogseizoen. En daardoor misschien ook druk. Toch wilden we er minimaal één doen. De dagen voorafgaand aan de wandeling deden we dagtochten in de Fiordlands. Ook hier weer het Nieuw Zeeland wat ik ervan had verwacht. Waanzinnig mooie natuur. Met de toeristische glaciers hadden we gewoon een valse start gemaakt…

11

De Gertrude Saddle Track was een van de mooiste dagwandelingen tot nu toe.

10

Een magnifieke view, met in de verte Milford Sound.

12

Milford Sound vanaf het water.

Na een paar dagen in de Fiordlands was het tijd om te gaan lopen. De meeste mensen lopen de Kepler Track in vier dagen, maar wij besloten het in drie te doen. Op dag één zo’n vijftien kilometer, waarbij we 1000 meter stijgen. Op dag twee door de bergen en daarna een flinke afdaling, ook zo’n vijftien kilometer. En op dag drie dertig kilometer, voornamelijk bergafwaarts.

13

Op dag één hebben we prachtig weer, en ondanks mijn hamstring zijn we in vier uur boven.

Drie dagen lopen. Ik had het nog niet eerder gedaan. Zeker niet met een tent, slaapzak, matje en eten voor drie dagen in de rugzak. Opzich ook niet iets om je echt zorgen over te maken, ware het niet dat m’n hamstring wel eens voor wat ongemak zou kunnen zorgen. Tijdens de dagwandelingen had ik er zo nu en dan al last van. Zeker bij het stijgen…

Toch gaat het stijgen op dag één wel. Weliswaar langzaam en met kleine pasjes, maar toch zijn we relatief snel boven. Die nacht regent het. En de volgende dag gaan we pas laat op pad. Dag twee zou de mooiste dag moeten zijn. De regen is gestopt, maar de fjorden zijn tot de nok gevuld met wolken. En zelf lopen we het grootste deel van de dag ook door de wolken. Af en toe waait het mistgordijn open, en zien we een glimp van de schoonheid van de Fiordlands…

14

Rechts het Fjord, in de wolken…

Dag drie werd de langste dag. Bij het opstaan zijn m’n benen stijf. Toch gaan de eerste vijf uur wel. Daarna kak ik langzaam in. De laatste tien kilometer voelt de rugzak zwaarder dan ooit. M’n benen zijn stijf en zuur. En ik weet niet meer of ik m’n hamstring wel of niet voel… Daardoor durf ik niet goed te forceren en hard door te stappen. Na negen uur bereiken we de auto. Sanne rijdt…

Na de Fiordlands rijden we via de Southern Senic Route via Invercargill in een paar dagen naar Dunedin. Een mooie route met onderweg mooie en rustige campsites en aardige bezienswaardigheden.

15

Geen gidsen of dure tours. In Nieuw Zeeland doe je het gewoon zelf. Met slechts een plattegrond en een hoodfdlamp op zak de aardedonkere (en soms met water gevulde) Clifden Caves in!

16

Een aardige visser gaf me een versgevangen ‘trout fish’. Later ontdekte ik dat ik forel had gegeten.

In Dunedin maakten we een kort cultureel tourtje door de stad. Daarna reden we in een paar dagen, via Mount Cook, richting Christchurch. Onderweg klommen we zelfs nog een uurtje!

17

Sanne inspecteert de grepen op de Mouraki Boulders, maar die zijn er niet – zoals wel vaker in Nieuw Zeeland ;-)

18

Terwijl het donker wordt verdwalen op Danseys Pass. Onverharde en smalle weggetjes met diepe afgronden… Gelukkig wijzen de schapen de weg..!

19

Terug in Castle Hill? Nee, nog niet. Een uurtje spelen op de Elephant Rocks, zo’n 100 kilometer ten noorden van Dunedin. Op internet zagen we dat er voornamelijk veel in de V0-V4 range zat. De rots is echter minder mooi en minder hard dan in Castle Hill.

20

Flink stijgen in Aoraki/Mount Cook National Park. De gletsjers liggen er mooi bij, maar Mount Cook zelf ligt in de wolken.

21

De volgende dag zien we ‘m wel van veraf.

De aankomende zes of zeven dagen gaan we weer klimmen in Castle Hill. Daarna rijden we naar het noorden van het Zuidereiland. Na al die kilometers rijden en lopen heb ik wel weer zin in wat rots (ook al is het kalk ;-))!

Overigens:

  • We hebben reserveringen gemaakt voor een tweede Great Walk. Met de drukte viel het namelijk honderd procent mee! Eind februari lopen we de Abel Tasman Coast Track. Deze doen we wél in vier dagen.
  • Afgezien van het ene deukje zijn we vooralsnog schadevrij gebleven.
 

Sheep X-ing

On 03/02/2014, in blog, by Enzo

We liggen lekker om schema. Inmiddels zitten we in Fiordland National Park, in het zuiden van het Zuidereiland. Onderweg kwamen we deze kudde tegen. Maar verder geen beren op de weg (afgezien van een klein deukje in onze auto…). Morgen gaan we de Kepler Track lopen; 60k in drie dagen. Binnenkort een uitgebreidere update!

 

Castle Hill

On 26/01/2014, in blog, by Enzo

Wat ze zeggen is waar: Castle Hill heeft nauwelijks grepen, het kalk is spek glad en de mantles zijn veel harder dan die in Bleau. En daar kwamen we achter. Een V4 klimmen is hier zeker geen vanzelfsprekendheid… Een dag na aankomst in Christchurch reden we met onze ‘micro campervan’ naar Castle Hill. Om bij te komen van de reis en een beetje te klimmen. We klommen tweeënhalve dag en wandelden in de regen op Arthur’s Pass. Nu zijn we weer op doorreis. Maar het plan is om over een paar weken nog één of twee keer langs Castle Hill te gaan. Wellicht is het dan iets koeler…

1

Inpakken in Christchurch. Ja, daar moeten we ook in slapen..!

2

Re-organisen dan maar.

3

Een lange wandeling naar Flock Hill.

4

Gedist worden door The Psychic Tea Lady, een mooie maar knalharde V6.

5

Richting de sneeuwtoppen op Arthur’s Pass.

6

The Joker V9 heeft gelukkig wel een paar grepen, maar met twee kleine padjes was ‘t wel spannend!

7

Sanne probeert Beautiful Edges V4. Tegenwoordig zijn het meer shiny edges.

8

De uitklim van Super-Toucher, een mooie V5.