Eigenlijk wilden we in het najaar van 2026 voor langere tijd weg. Maar de leerplichtambtenaar zag dat niet gebeuren. Dan maar grote trips in de zomervakantie. Zo waren we de hele maand augustus met ons vieren in Canada.
Squamish is inmiddels bekend terrein. Het is mijn vierde keer, maar niet eerder waren we er met z’n vieren. Het huis van Ima en Colum is groot genoeg, alhoewel het soms wel wat druk is. Een grote familietrip dus, en iets minder gericht op alleen klimmen. Natuurlijk zijn we vaak in het bos te vinden, maar plakken er bijna altijd een extra activiteit aan vast. Zwemmen in de rivier of in een van de vele meertjes, paddle boarden, speeltuinen, knutselen of topropen; er is genoeg te doen. Yume wil ook graag wandelen. Hij loopt zelfs de Chief omhoog, met Sanne in 3 uurtjes naar First Peak.

Qua klimmen moet ik even de knop om zetten. Graniet klimt zo anders dan zandsteen. Met mijn zweetvingers heb ik slechtere wrijving en ook moet ik heel bewust actief aan de grepen hangen. In het begin van de trip lukt het me om On Again Off Again af te maken; een mooie V10 waar ik vorig jaar ook al twee sessies in werkte en ook dit jaar voor moest terugkomen. Op randjes klimt Sanne me vierkant naar huis. Zo kan ik niets in Ashes to Ashes, die Sanne in de eerste sessie klimt. In plaats daarvan werk ik in Jade Rabbit, een korte V11 op een kant, die ik in de derde sessie afmaak. Uiteindelijk komen we met ongeveer hetzelfde aantal V9’s en V10’s thuis, maar het zijn bijna allemaal andere boulders.


Het is vrij druk in Squamish, maar daar hebben we niet zoveel last van. Vaak zijn we in kleinere gebiedjes. Zoals Gonzales Creek, waar op de eerste dag gelijk een beer om de hoek van de boulder komt lopen. Ook in West Vancouver zijn we helemaal alleen en als we even rustig en stil op de pad zitten staat er wederom een beer op vijf meter afstand. Gelukkig loopt ook deze beer weg zodra hij ons ziet en hoort.
Later die middag ervaren we het tegenovergestelde. Op de weg terug vanuit Vancouver wil ik nog even naar de deep water-boulder Majestic. De tocht erheen is al een hele onderneming met kinderen. En bij de boulder zitten wel 30 mensen. Het is hoog water en er is een paddle board nodig om bij de boulder te komen. Bijna niemand doet een poging. Door de drukte heb ik m’n motivatie eigenlijk ook al verloren, maar nu we er toch zijn vraag ik toch om een ‘lift’ op het paddle board. Gelukkig een flash (zonder bril), en toch wel de moeite waard.


De jongens maken ook de nodige meters. Yume vooral veel aan touw, toprope, net als Maeve. Nuno houdt meer van boulderen. Het klimmen hield voor Yume helaas op na de tweede week. Terwijl Sanne Muddy Waters probeert, ben ik met de jongens in de speeltuin om de hoek. Yume gaat lekker aan de monkeybars. Tot hij te moe wordt. Hij mist de bar en valt op zijn zij, wat hij opvangt op z’n pols. Door naar het ziekenhuis. Dat gaat allemaal vlot, maar de conclusie is toch een klein (buckle) fractuurtje. Een spalk met klittenband voor drie weken volstaat gelukkig. Afgezien van de eerste nacht heeft hij er gelukkig geen last meer van. Zelfs zwemmen gaat gewoon nog.


Die avond moeten we bijna weer naar het ziekenhuis, omdat Nuno een taxusbesje heeft opgegeten. We houden hem de hele nacht in de gaten, maar er gebeurt gelukkig niets. De volgende ochtend vertrekken we op tijd naar Clearwater voor onze ‘vakantie’. Daar woont Gerda, een nicht Sanne’s moeder, die nauwe contacten onderhoudt met de familie in Nederland. Het is een dikke zes uur rijden.
Het huis van Gerda en Alain ligt besloten in de bossen, vlakbij de ingang van het Wells Gray Park. Een supermooie plek, waar de jongens zich vanaf het eerste moment helemaal thuis voelen. Dat wordt ons ook wel makkelijk gemaakt. Ontbijt, lunch, happy hour, avondeten; voor alles wordt gezorgd en we hoeven en mogen nergens naar omkijken. Totale ontspanning. Zelfs over klimmen kunnen we hier niet nadenken.


We hebben één meerdaagse wandeling in de planning staan. Met de kinderen een nachtje kamperen bij Sheila Lake. Het voordeel hier is dat je eerst 15 kilometer omhoog kunt rijden op een logging road en daarna nog maar 5 kilometer hoeft te lopen naar een mooi alpine bergmeertje, waar je mag kamperen. De spullen van Ima en Colum die we bij ons hebben zijn niet licht, maar ver is het ook niet. We hebben de hele dag, dus we beginnen niet te vroeg. Na een uur lopen komen we de eerste mensen tegen die al op de terugweg zijn. We horen dat zij mensen hadden gesproken die een grizzlybeer in de meadows hadden zien staan. Echt zorgen maak ik me niet; tegen de tijd dat wij in de buurt zijn is die beer vast alweer een paar valleien verder.

Uiteindelijk lopen we een kleine drie uur. Eerst door het bos. Daarna door bloemrijke meadows en tot slot door meer alpine-terrein met minder bomen. En dat allemaal in 5 kilometer. Sheila Lake is een mooi klein bergmeertje. We zijn er helemaal alleen en als we rond half twee aankomen hebben nog de hele middag. Tent opzetten, zwemmen, spelen, luisterboekje, beetje snacken… Zo vliegen de uren voorbij.
Totdat we rond half vijf ineens een helikopter horen. Het geluid wordt luider en luider. En ineens vliegt hij laag over de ridge waar wij zitten en maakt hij een rondje over het meer. Yume en Nuno zwaaien naar de inzittenden. ‘Ze zullen daardoor toch niet denken dat we in nood zijn?’ vraag ik me af. Daar lijkt het echter wel op. De heli landt 100 meter van ons vandaan. Als de motor uit is, zien we een ranger naar ons toelopen. Ze stelt zich vriendelijk voor en zegt dat we moeten inpakken voor een ‘free helicopter ride’. De grizzly is die middag vaker gezien en heeft wandelaars tot op 2 meter benaderd. Het hele gebied is daarom meteen afgesloten. Van andere wandelaars die naar beneden kwamen, had ze gehoord dat wij (met 2 kinderen) gingen kamperen. Dat leek de parkautoriteiten een slecht idee. Zowel voor ons als voor de beer.
Binnen 10 minuten hebben we alles ingepakt en vliegen we het gebied uit. Een onverwacht en onvergetelijk tochtje. Ook vanuit de lucht zien we de grizzly uiteindelijk niet.

Door de evacuatie hebben we ineens een dag extra Clearwater. Sanne en Gerda gaan nog een keer paardrijden, we bezoeken alle bekende watervallen in het gebied, zwemmen een dagje in Dutch Lake en hangen rond in het huis van Gerda en Alain. Al met al een hele relaxte ‘vakantie’ in de vakantie.


Op de terugweg richting Squamish zien we Ima in Pemberton. Daar gaan Ima en Sanne ook paardrijden. Ik probeer in de extreme hitte wat te boulderen (zonder groot succes) en de rest van de middag hangen we rond bij One Mile Lake. De laatste week in Squamish zetten we voort zoals de eerste twee weken. Yume kan niet meer klimmen, maar wil heel graag nog een keer de Chief op. Dit keer naar de Second en Third Peak. Ima en ik gaan mee en in 5 uurtjes doen we de rondtrip. Nuno en Maeve gaan nog wel topropen, waarbij Maeve voor het eerst de hele route uitklimt. Ook doen we (toch nog) een klein campingtripje bij Porteau Cove. Slechts twintig minuutjes van Squamish, maar aan het water lijkt het een heel andere wereld. Sanne en ik klimmen hier en daar nog een paar boulders, maar het is ook duidelijk dat fysiek de koek een beetje op is. Na een hele mooie maand is het tijd om naar huis te gaan.


Ticklist Squamish 2026
4/8 – On Again Off Again V10 (Gonzales Creek)
4/8 – The Well low V10 (Campsite boulders)
5/8 – First come first serve V6 (The Portal)
9/8 – Helios V9 (Vancouver)
9/8 – Majestic V6 (Britannia Beach)
11/8 – Jade Rabbit V11 (The Portal)
12/8 – White Lion low V10 (Cat Lake)
13/8 – Sherriff’s Badge Arete V9 (North Walls)
21/8 – Further into the Light V7 (Pemberton)
22/8 – The Words of Me V9 (Grand Wall)
24/8 – One Zen V10 (Grand Wall)
25/8 – Houdini V9 (North Walls)
26/8 – Snake Taint V8 (Smoke Bluffs)