Met m’n blessures gaat het langzaam de goede kant op. M’n hamstring blijft af en toe nog wel wat zeuren, maar afgelopen drie weken in Bleau heb ik m’n vinger helemaal niet meer gevoeld. In plaats van pijntjes van binnen, was m’n huid dit keer de zwakste schakel. In februari hebben we een weekje met goed weer. Ik heb dan een goede sessie in Tostaky assis en had gehoopt ’m in april af te kunnen maken. Dat liep helaas wat anders. Na de eerste sessie op dag 1 – met een nieuwe highpoint – waren m’n vingertoppen dusdanig dun, dat ik de rest van de trip eigenlijk achter de feiten aan liep. Een paar keer neem ik twee rustdagen, maar dat bleek eigenlijk niet voldoende. Halverwege de trip loopt de temperatuur flink op en voelt het als zomer. Dan wordt het automatisch wat rustiger aan doen.
Ondertussen ben ik ook gestart in Rencontre du Troisieme Type assis. Ook hierin maak ik alle passen en goede links. Maar als ik na de hete dagen terug ga voor sessie drie om ‘m af te maken, loopt het niet zoals ik wil. Dan wordt het zoeken naar de juiste balans. Wanneer rust je? Wanneer probeer je het opnieuw? Of is het tijd om wat anders te klimmen? Uiteindelijk besluit ik om beide boulders even te parkeren en kies ik voor de laatste optie.



Slechts drie klimdagen in ruim anderhalve week Bleau, dat valt wat tegen. Het regent niet veel, maar de miezer die op sommige dagen wel valt gooit gelijk voor langere tijd roet in het eten. Die zomer in Bleau is echt zo gek nog niet… In ieder geval een stuk beter dan de gemiddelde decembermaand.
De pijntjes van oktober zijn helaas nog niet weg, maar het gaat inmiddels wel stukken beter. Mede daardoor had ik geen grote plannen. Twee van die drie goede dagen schijnt de zon volop, dat is wel gelijk genieten. En gelukkig halen we ook het maximale uit de dagen waarop het klimbaar is.



De condities vallen dubbel tegen in de herfstvakantie; het is vrijwel iedere dag zeer mistig tot ver in de middag. En ik zelf heb al een tijdje last van wat pijntjes. M’n linker hamstring doet al maanden pijn. En een paar weken voor Bleau komt daar ook nog een heel gevoelig A2-bandje bij. Gelukkig is het wel iedere dag droog en kunnen we veel buiten zijn. De dubbel slechte condities zorgen ervoor dat niets hoeft, maar alles wat kan mooi is meegenomen. Zo klimmen we nog aardig wat boulders en is de week heel ontspannen.


Afgelopen seizoen was het eerste waarin we gebonden zijn aan schoolvakanties. Gelukkig kunnen we iedere vakantie in Bleau zijn. Ook hebben we veel tijd in de zomervakantie. Vijftien jaar geleden moest ik er niet aan denken om in de hitte in Bleau te klimmen, maar mijn mindset is veranderd. Nu hébben we tijd, dus moeten we er gebruik van maken. Ook al is het warm; als je vroeg in het bos bent is er echt veel mogelijk.
Ascendência stond nog steeds hoog op mijn todo-lijst. Voor deze boulder blijkt vroeg opstaan toch niet te werken. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn in de eerste week vrij groot en dat veroorzaakt lichte condens in de vroege ochtend. Ik had het al een keer in april ervaren, maar zelfs in de droge julimaand is de wrijving op deze boulder niet goed in de ochtend. De vijfde trip naar deze traverse loopt dus op niks uit. Twee dagen later – klimdag 3 – waait het opeens onverwachts hard. Ondanks dat ik moe ben, ga ik in de avond terug. Voor het eerst weer sinds april kan ik fatsoenlijk klimmen in de boulder. Dat voelt goed. Ik heb twee goede pogingen, maar afmaken lukt nog steeds net niet. Een hittegolfje volgt, met temperaturen van rond de dertig graden. Ascendência parkeer ik even. Als ik dit in de zomer wil klimmen moet alles samenkomen. De condities van de boulder én mijn condities… Gelukkig lukken andere boulders wel. Ik haal veel voldoening uit Icy Violence, die ik op een avond in m’n eentje klim. Ook Sanne klimt een aantal mooie dingen, zoals Mégalithe.
Een dikke week later kies ik toch weer voor een ochtendsessie in Ascendência. De dag ervoor heeft het flink gewaaid, de nacht wordt koel en ik heb een paar dagen niet of nauwelijks geklommen. Voor de zevende keer naar de boulder. Ik ben iets later vertrokken; de boulder ligt toch tot het middaguur in de schaduw en ik heb goede hoop. Maar eenmaal bij de boulder valt de wrijving wederom tegen. Losse passen geen probleem, maar na twee passen is het magnesium van m’n handen. Ik besluit toch nog even te blijven en heel rustig aan te doen. Nog één keer verander ik m’n beta voor het einde. Pas rond 10.30 uur besluit ik een ‘alles of niks’-poging te doen. Als ik er snel uitval weet ik dan het kansloos is. Maar misschien kan ik wel iets afdwingen; ik heb immers drie rustdagen gehad. Met heel veel moeite kom ik tot het einde, maar weet het – ondanks de nieuwe beta – net niet af te maken. De poging geeft wel hoop. Dus ga ik door. Twee keer klap ik hard van de greepjes af waarmee ik eerder geen problemen had. Poetsen, ventilatortje erop… Rond 12 uur de laatste poging, nummer vier van de dag. Weer door de eerste crux. Focus en door. Voor de tweede keer bereik ik de kneebar op het einde. Maar waar ik het in april daarna nog weggaf, weet ik dat het nu gaat lukken. Een langer project dan verwacht. Een traverse zelfs. Maar wel een hele mooie.


Na de twee weken Bleau in juli zijn we twee weken thuis om te werken. En in augustus zijn we weer twee weken terug. Ik heb m’n zinnen gezet op Mundaka, die ik op de laatste (regen)dag in juli met Yume was gaan zoeken. Geen kindvriendelijke omgeving, dus ga ik twee keer in de vroege ochtend alleen op pad. De boulder eindigt in een soort crack met een honingraadstructuur met rare pockets. Eigenlijk niks voor mij. Maar al snel vind ik een methode om de pockets te vermijden en klim ik de boulder in twee delen. De motivatie om het af te maken in de zomer ontbreekt echter. Eerst is het heel heet, dan weer vallen er regelmatig wat buien. Ik heb weinig zin om het goede moment af te wachten. Liever nog wat andere boulders.
De zitstart van Mastodon lukt verbazend snel en voelt als 7c. Le Chasseur is een mooie nieuwe 7c. Ingenuity blijkt een rechttoe-rechtaan halboulder. En La Princesse 7b leek me net wat te spannend in m’n eentje…

Twee keer een week Bleau in mei; eindelijk goed weer, hoopten we. Dat viel tegen. In de eerste week (eind april/begin mei) hebben we maar vier echte klimdagen. Ik probeer Ascendência. Een traverse, maar wel een mooie, logische lijn. Het lukt me net niet om ‘m af te maken; in sessie 2, op de laatste droge momenten van de week, val ik op de allerlaatste pas.



Twee weken later gaan we terug. Ima, Colum en Maeve komen voor een dikke week over vanuit Squamish. Veel doelen stel ik me daarom niet – alleen Ascendência afmaken zou mooi zijn. Helaas word ik twee dagen voor vertrek ziek en kamp ik ook de eerste vier dagen in Bleau nog met koorts. Gelukkig is het weer beter dan voorspeld en hangen we vrijwel iedere dag in het bos.

Halverwege de week voel ik me beter, maar dat de energie nog niet helemaal terug is merk ik meteen als ik Ascendência weer probeer. Met moeite kom ik halverwege. Ik besluit de boulder te laten varen voor de rest van de week en maar te klimmen wat er mogelijk is.


In 2013 klom ik Ubik. Dat kostte me toen behoorlijk wat moeite. Twee jaar later probeer ik de zitstart. De passen kon ik toen redelijk snel maken; meermaals strandde mijn pogingen toen op de campuspas van Ubik. Uiteindelijk gaf ik op.
Acht jaar later, in januari van dit jaar ga ik terug met nieuwe beta. Ik wil checken of ik de toehook kan leggen die ik in de filmpjes zag, zodat ik niet meer hoef te campussen. Dat lukt. De passen van de zitstart herhalen lukt echter niet, mede door een schouderblessure. Toch weet ik genoeg; Ubik assis gaat weer op de lijst.
In de zes weken tussen begin januari en onze trip in februari doe ik er alles aan om m’n schouder te zo snel mogelijk te laten herstellen. Met wat hulp van de fysio merk ik gelukkig snel progressie. Tijdens de eerste sessie in februari maak ik weer alle passen van Ubik assis.
De rest van de week is er slecht weer voorspeld. Gelukkig krijg ik na twee rustdagen toch weer een kans om terug te gaan. In deze sessie klim ik voor het eerst door de zitstart en strand ik bovenin. Ik mis telkens net de spanning om het randje te pakken. Na een lange sessie moet ik opgeven.
De volgende dag is het onverwachts tóch droog. Ik ben moe, maar dagen uitkiezen om te klimmen is er deze trip niet bij. Tegen verwachting in pak ik deze sessie voor het eerst het kleine randje. M’n voet gaat omhoog en ineens tik ik naar de sloper. De condities zijn echter niet goed en ik voel totaal geen grip. De sloper ernaast bijpakken gaat net goed, maar ik kan niet verder omhoogkomen om naar de verlossende greep te gaan. Dan maar opzij… Verkeerde keuze. Op een plek waar je niet meer mag vallen, gebeurt het toch. Van schrik zet Sanne de camera meteen uit. De pogingen daarna gaan bergafwaarts.
Veel regen volgt, maar twee dagen later hebben we wederom een droge ochtend; een kans om het recht te zetten. Ik weet dat één poging genoeg zou moeten zijn. Die verloopt vlekkeloos. Met volledige controle kom ik aan op het randje. Maar als ik met rechts de knijper iets beter wil pakken, knal ik er volledig onverwachts vanaf. Wat was dat? Als ik naar mij vinger kijk, weet ik het. De hele vingertop van m’n wijsvinger ligt open. Dat gaat wel even duren.

In de weken die volgen krijg ik Ubik niet uit m’n hoofd. Op m’n werk, op de fiets; ik hoef maar naar m’n vinger te kijken en m’n gedachten zijn bij de boulder. Het duurt een week of twee voordat m’n huid weer dicht is. En nog een extra week voordat ik er weer zonder zorgen mee kan klimmen. Ik voel me fit en kan niet wachten tot de volgende mogelijkheid om weer te proberen. Hopelijk is het eind maart nog niet te warm.
Voor het eerst in lange tijd rijd ik eind maart alleen naar Bleau. De voorspellingen zien er niet goed uit, maar ik ga ervan uit dat ik minimaal één sessie in Ubik kan doen. De volgende ochtend sta ik om 6:45 op en iets na achten sta ik al onder de boulder. Het waait flink en de boulder is in topconditie. Ik voel me ook goed. En heb stiekeme hoop dat het deze keer wél snel gaat lukken. Makkelijker dan ooit tevoren maak ik de passen van de zitstart. Maar ik wil té graag. In plaats van de toehook te leggen, ga ik gelijk met rechts naar de knijper. Ik heb echter zoveel over dat ik in een milliseconde besluit om te proberen of ik de toehook er toch nog in kan gooien. Dat lukt verbazend makkelijk. Doortikken naar het randje ook. Dit is precies zoals ik me afgelopen vijf weken had voorgesteld hoe het zou voelen; alsof het een 7a is.
8b is het in ieder geval zeker niet meer met deze methode. Een kleine 8a+ wellicht?
Geen moment was ik echt fit; een restantje covid, een nieuwe fikse verkoudheid, een lichte schouderblessure en in het nieuwe jaar ook nog koortsachtig. Het weer was ook niet al te best; zeker in het begin van de trip veel miezer met maar af en toe een goede droge dag. De boulders die ik wil klimmen hoef ik daardoor niet te proberen. Het is iedere dag weer zoeken naar sneldrogende blokken. Meestal lukt dat wel en maak ik ondanks de condities nog aardig wat meters. Vanaf het begin van 2024 is het beter weer, maar ben ik zelf in mindere conditie. Met flink wat paracetamol achter de kiezen weet ik er toch iedere dag nog een paar boulders uit te persen.







De herfstvakantie begint met 28 graden en zon, maar al snel wordt het koeler en halverwege de week gaat het meer regenen. Ondanks de wisselende condities kunnen we vrij veel klimmen. Nuno blijft deze week gelukkig nog net op z’n plek liggen. Ik voel me redelijk fit en zet in op Paul Preuss. Na twee sessies – en een split – lukt me één pas niet. Dan nog maar wat andere boulders.
Met een beetje geluk is de zomer in Bleau zo gek nog niet. Zeker niet met twee kinderen. Aangename temperaturen. Als het even regent is het zo droog. En door de lange dagen heb je alle tijd van de wereld. Oké, uiteraard bereid ik me voor met een goede lijst zomerboulders.
In juli is het erg warm. De meeste dagen achterin de twintig of zelfs over de dertig graden. We klimmen zoveel mogelijk in schaduwrijke gebieden. Meestal een sessie die eindigt voordat het écht heet wordt. Of soms pas start na het avondeten. De week staat al snel in het teken van Austerlitz. Ik heb er drie dagen voor nodig. Na een avondsessie waarin het nét niet lukt, neem ik twee rustdagen en zet de wekker tegen het einde van de trip om 6:15 uur. Om 6:45 uur hang ik aan het hangboard in de garage. Als ik om 7:30 uur bij de boulder aankom, verfijn ik voor de laatste keer m’n beta. Het is nog geen 8 uur ‘s ochtends als ik de boulder heb geklommen.

Yume is iedere dag druk in de weer en vindt het soms lastig dat Nuno nog niks kan.
In augustus zijn Ima en Maeve voor twee weken over vanuit Canada. Op de eerste dag lopen we met paraplu’s door de stromende regen in Gorge du Houx. Classic. De dagen daarna wordt het gelukkig iedere dag wat beter en uiteindelijk hebben we stabiel, koel zomerweer; half bewolkt en zo’n 20-22 graden. Alle kinderen vermaken zich goed in het bos. Nuno kijkt naar de bomen die bewegen in de wind. Maeve gaat op onderzoek uit. En Yume verzint bijna iedere dag wel een nieuw spel om te spelen.


Flinke regen op de eerste dag. Gelukkig is het een dag later droog.
Op de tweede dag – met nog slechte condities – werk ik in de traverse Bella Chichi. Ik ben nog steeds geen fan van traverses, maar sommige traverses voelen als een lange dakboulder. En dan kan ik me er best toe zetten. Ik maak ‘m een paar dagen later – in betere condities – af. En besluit dan gelijk nog verder door te klimmen (Bella Chicchi – PMH) voor wat extra punten. Niet heel veel moeilijker…

Met de hele club op zoek naar de boulders in Moigny-sur-École. Na uren zoeken vindt Sanne het dakje. Binnen 45 minuten zijn we klaar met klimmen.
Le Grand Surplomb de Beauregard staat al heel lang op m’n lijstje. Toen ik ‘m in 2016 voor het eerst zag, vond ik ‘m minder mooi dan ik had gedacht. Maar toch, een hoge boulder een beetje buiten de gebaande paden; daar wil ik best wat moeite voor doen. Op een avond werk ik ‘m uit met een touw. Het heeft even geregend, dus de plaat is spekglad. Gelukkig is de onderkant droog, dus zodra ik weet dat alle passen kunnen, kies ik eieren voor m’n geld. Een dag later kom ik terug om ‘m af te maken.

Van het graniet van Squamish naar het zandsteen van Fontainebleau; Maeve heeft er geen problemen mee.
Al met al een paar goede weken in het bos. Van struinen naar nieuwe onbekende boulders tot familieklimmen in Potala; in de zomer gaat dat zelfs met drie kinderen best.
Toen Yume geboren werd, klom ik een tijd lang helemaal niet. Maar na de geboorte van Nuno lukt het me om eerst één en later twee keer per week (anderhalf uur) te klimmen. Ook de geboorteverlofregeling is – bijna vier jaar later – een stuk beter. De zes weken geboorteverlof splits ik op in twee keer drie weken. Eerst drie weken na de geboorte. En daarna nog drie weken op het eind van Sanne’s verlof, die we voor een groot deel in Bleau doorbrengen.

Vooral rustig aan doen, tijd samen doorbrengen. En maar zien wat er wel en niet kan met twee jongens. Dat was de insteek van de trip. Toch hoop ik in het begin van de trip nog wel op wat moeilijke boulders, omdat ik me naar omstandigheden redelijk fit voel. Ik probeer het een en ander in de eerste anderhalve week, maar merk dan dat ik toch vrij moe ben. Ook ontbreekt me de focus om er echt voor te gaan. Gelukkig kan ik me er vrij gemakkelijk bij neerleggen en kom ik terug in de modus ‘maar zien’.

Naarmate de weken vorderen – ze schieten voorbij – wordt het weer ook slechter. Als het niet regent, is het warm en vochtig. Toch kunnen we vrijwel iedere dag íets doen. Nuno doet het goed in het bos. Yume vermaakt zich ook goed. En klaagt nauwelijks over het feit dat hij nu alles zelf moet lopen. Sanne had zich als doel gesteld om drie 7a’s te klimmen. Dat worden uiteindelijk acht 7’s, met op de laatste dag zelfs nog een 7c.

