Southern Sandstone

On 14/01/2018, in blog, by Enzo

Steen en steenkoud. Zo begon onze trip in het zuidoosten van de VS. Een temperatuur van rond de -10 is geen uitzondering. Op onze eerste klimdag ­– oudjaarsdag in Horse Pens 40 – is het ook nog eens zwaar bewolkt. Mensen beginnen spontaan te juichen als de zon zich even laat zien. De dagen daarna is het strakblauw. En dus nóg kouder…

Sanne probeert Bumboy, maar door de droge lucht en de extreme kou heeft ze nul wrijving op de slopers. Uiteindelijk lukt het, toch nog!

Mijn zweethanden brengen me hier meer geluk!

Het gebied is klein, dus we hebben snel overzicht. Ik ben zeer gemotiveerd en begin met Centerpede, Millipede en Bumboy; de beroemde slopers van HP40. Echt uniek en heel erg mooi! God Module volgt niet lang daarna. Dé boulder van het gebied, die ik graag op m’n lijstje zou zetten. Maar het voelt knetterhard. Ik kan halve passen maken, maar het is volstrekt m’n antistijl. Superfrontaal randjes trekken door een zware overhang met slechte treden. Omdat we maar een paar dagen hebben, besluit ik ‘m op de eerste dag al te laten schieten.

We hebben allebei veel moeite om warm te blijven, maar ik ben iets beter bestand tegen de kou dan Sanne. Misschien heb ik ook net wat meer motivatie, want het was mijn idee om hier een tussenstop te maken… Ook de cabin waarin we slapen is koud. De temperatuur komt er nauwelijks boven het vriespunt. Alles is bevroren en de enige manier om op te warmen is je slaapzak in.

Onze ‘rustic cabin’. Alles is bevroren, zelfs binnen. 

Het klimmen is zoals ik had verwacht: geniaal. Veel slopers en bijna alles ziet er mooi uit. Misschien zelfs wel mooier dan Bleau. Alleen véél en veel kleiner en daardoor gaat de kwaliteitsvergelijking toch niet op. Qua formaat is HP40 te vergelijken met één gemiddeld gebied in Bleau, bijvoorbeeld Sabots. Afgezien van God Module zitten er meer mooie ‘moderates’ dan echt harde boulders. Toch vind ik het leuk om de iets hardere lijnen op te zoeken. Maar we hebben maar een paar dagen en ik moet keuzes maken. De kou helpt niet mee. Sessies van twee uur per dag, meer zit er vaak niet in. Want ik moet echt poging na poging doen om warm te blijven. Daardoor word ik snel moe. En herstellen in de kou gaat ook niet zo goed als in een warm huis.

Horse Pens klassiekers: Moon Arete en Mortal Combat. 

Op dag twee is m’n huid al bijna door. Uiteindelijk klim ik twee 7c’s en op dag drie nog zoveel mogelijke klassiekers. Twee rustdagen daarna zijn nodig om weer fris te zijn voor Rocktown. Dé klassieker van Rocktown is Golden Harvest. En daarvoor heb ik wel wat huid nodig…

Golden Harvest, hij is zo mooi als ‘ie eruit ziet. Sanne maakt meer kans dan ik.

Fris in Golden Harvest dus. Ik probeer, maar krijg de voetverklemming slechts één keer goed gelegd. Daarna kom ik er keer op keer uit. Op dag twee kom ik nog een keer terug, maar besluit al snel dat ik beter andere boulders kan gaan doen. We hebben immers maar drie klimdagen. Sanne maakt meer kans dan ik en zet wél door. Drie dagen in Golden Harvest en iedere dag progressie. Dat de boulder binnen haar bereik ligt is duidelijk, maar de tijd dringt. Na drie dagen klimmen moet de energie van diep komen. Helaas lukt afmaken net niet. Moeten we aan het eind van de week toch nog een keer terug naar Rocktown.

Hoog inzetten of op safe spelen; ik vind het altijd lastig om keuzes te maken in een nieuw gebied. Zeker als je zo weinig tijd hebt. Twee weken in de South East, waarin we HP40, Rocktown én Little Rock City willen zien. Ga je door of stop je meteen als iets niet snel lukt? En is een dag investeren de moeite waard, als je er maar een paar hebt? Ik besluit toch om voor de quick wins te gaan en per gebied de krenten uit de pap te vissen.

Ook mooi, Iron Claw Sit. Sommige grepen hebben een iets grovere korrel, maar deze zou zo in Bleau kunnen liggen.

Naarmate de dagen vorderen, wordt het ook minder koud. Overdag is het rond het vriespunt, maar in de zon is het heerlijk klimmen. En over de wrijving op de slopers hebben we niet te klagen. Bovendien zitten we in een motel in het nabij gelegen LaFayette. ’s Avonds opwarmen en warm slapen is een luxe vergeleken met de cabin! Het enige dat ondanks de warmte niet snel herstelt is m’n huid. In plaats van de geplande drie dagen, klim ik er maar twee in Rocktown. M’n vingers zijn diep roze en ik wil ook nog wat doen in Little Rock City.

Nog meer slopers in Blackout, nog steeds in Rocktown.

Onze tweede week begint met wat regen. En de dagen erna stijgt de temperatuur gigantisch. Van -10 in Horse Pens naar +15 in Little Rock City. Het zandsteen hier lijkt op dat van Bleau. En niet alleen qua structuur… De warme lucht buiten in combinatie met de rotsen die nog koud zijn, zorgt voor condens. Dagenlang is heel Little Rock City zeiknat. Toch proberen we het iedere dag opnieuw.

Regen in combinatie met vrieskou geeft gladheid. De dagen daarna zet de dooi in. Alles zeiknat…

Het gebied ziet er heel mooi uit. En de trip zou compleet zijn als we ook in LRC de kans hadden om de klassiekers te klimmen. Helaas komt het er niet meer van. De eigenaren van LRC – het gebied ligt op het terrein van een golfbaan – zijn eerst wat nors tegen ons. We mogen niet kijken of de blokken droog zijn, zonder toegang te betalen. Later worden ze wat milder en kunnen ze hun verbazing niet onderdrukken: “Ya came all the way out from Europe to see wet rocks!?”

Ook als we dieper Tennessee in rijden om de boulders bij Dayton te bekijken, komen we bedrogen uit. Zelfs Vapor Lock Roof, een dak dat droog blijft in de regen, is zeiknat. Klimmen kunnen we in onze laatste week wel vergeten.

Op zoek naar boulders rondom Dayton.

Uitzicht over de Tennessee River vanaf Edward’s Point net buiten Chattanooga.

Twee weken klimmen in het zuidoosten van de VS werd één week. De tweede week hangen we wat rond in Chattanooga en doen wat wandelingen, maar echt veel is er niet te doen. Maar dan – na zes dagen niet klimmen – is er ineens toch nog een sprankeltje hoop. Na twee regendagen daalt de temperatuur ineens flink. Onze laatste dag; we hadden vooraf al gepland om de dag voor vertrek terug te gaan naar Rocktown. En jawel, het is weer ijskoud en de rots is droog.

Helaas lukt het Sanne niet om Golden Harverst af te maken. Ik probeer het ook nog een paar keer, maar besluit dat ik liever meters wil maken na een week stilzitten. Moeten we toch nog een keer terug… Achteraf hebben we misschien wel geluk gehad met de kou in onze eerste week. Het was in ieder geval droog. Morgen vliegen we de Californische zon tegemoet. Het weer in het westen ziet er gelukkig een stuk stabieler uit!

Tot slot de lijst: 6 klimdagen, 31 boulders. Omdat alles mooi is, zonder vanaf-waardering.

31-12-2107 – Centerpede V4 -HP40
31-12-2107 – Millipede V5 -HP40
31-12-2107 – Bumboy V3 -HP40
31-12-2017 – Slider V9 – HP40
02-01-2018 – Five-O V9 – HP40
02-01-2018 – Moon Arete V6 – HP40
02-01-2018 – Sideline V5 – HP40
02-01-2018 – Mortal Combat V4 – HP40
02-01-2018 – Ghetto Superstar V8 – HP40
02-01-2018 – Genesis V3 – HP40
02-01-2018 – Trick or Treat V6 – HP40
05-01-2018 – Golden Shower V5 – Rocktown
05-01-2018 – Iron Claw V7 – Rocktown
05-01-2018 – Iron Claw Sit V10 – Rocktown
06-01-2018 – Little Bad Boulder V5 – Rocktown
06-01-2018 – Blackout V9 – Rocktown
06-01-2018 – The Orb Direct V9 – Rocktown
06-01-2018 – The Orb V8 – Rocktown
06-01-2018 – Standard Deviation V6 – Rocktown
06-01-2018 – The Comet V7 – Rocktown
06-01-2018 – The Comet Sit V8 – Rocktown
06-01-2018 – Helicopter V6 – Rocktown
06-01-2018 – Helicopter Trav. V8 – Rocktown
13-01-2018 – Vagina V7 – Rocktown
13-01-2018 – Burst of Joy V8 – Rocktown
13-01-2018 – The Price is Right V8 – Rocktown
13-01-2018 – Too Many Cooks in the Kitchen V9 – Rocktown
13-01-2018 – Panty Dropper V8 – Rocktown
13-01-2018 – Nose Candy V6 – Rocktown
13-01-2018 – Sherman Photo Roof V7 – Rocktown
13-01-2018 – Sherman Cave Trav. V9 – Rocktown

 

Winter in Bleau

On 17/12/2017, in blog, by Enzo

Over een kleine twee weken vliegen we voor drie maanden naar de VS. Eerst klimmen we twee weken op het zandsteen rondom Chattanooga. Daarna vliegen we door naar de westkust en hebben we nog tweeënhalve maand in Bishop en Red Rocks. Ik weet dat het mooi gaat worden. Maar m’n hoofd is nog niet zover. Datzelfde geldt voor Bleau. De afgelopen maanden waren we er veel. En dat deed me altijd goed, ook al klom ik niet altijd lekker. Hoe ik klim heeft voor een groot deel te maken met hoe ik me voel. En dat dat nu anders is dan anders, daar heb ik vrede mee.

Ik voel me goed, maar ook nog vaak onrustig, waardoor ik focus mis. Ben snel afgeleid, denk veel na over alles wat er is gebeurd, welke impact dat heeft op mij en wat de beste manier is om ermee om te gaan. Soms gaat dat op de automatisch piloot. Andere keren bewust. Het lukt me niet altijd om m’n hoofd leeg te maken, ook niet tijdens het klimmen… In oktober voelde het klimmen confronterend, maar ook heel bevrijdend. Na alle hectiek kon ik mezelf terugvinden. In de week in november lukte niks. Het weer speelde daarin zeker een rol. Maar ik zat ook niet lekker in m’n vel en klom niet lekker. De score van negen dagen Bleau was toen één 7atje. Dat gebeurt me nooit.

Afgelopen week was gelukkig beter. Projecten, klimmen, nadenken. In het bos zijn en doen wat ik het liefste doe. Het weer zat wederom niet echt mee. Maar tussen de buien door kunnen we best veel klimmen. Taipan stond hoog op m’n lijst om af te maken, maar daar was het te nat voor. We klimmen veel op Rempart en mede daardoor heb ik er inmiddels al een handvol sessies opzitten in Khéops. Mijn nieuwe langetermijnproject! Ik vind het bijna jammer om naar de VS te gaan. De winter in Bleau is ook zo mooi.

Sanne bleef de afgelopen maanden werken in Noir Désir en klom daarmee afgelopen week één van haar moeilijkste boulders ooit! Verder nog beeld van Sanne in Carnage en Pagota en van mij in Freestyle en Saruman.

Slechts twee passen, dat is lastig projecten. De eerste lukt. De tweede met een heel klein duwtje. Een pas op m’n max en een echte ‘beweegpas’. Dat is wel werkbaar!

Zeven jaar geleden ging ik voor het eerst naar de VS en de eerste klimmer die ik daar ontmoette was Nuno. Na klimmen in Bishop, Rocklands en de Grampians moest het er eens van komen: Nuno in Bleau. Jammer dat we maar anderhalve klimdag samen hebben.

Gestructureerd trainen doe ik nooit. Mezelf voorbereiden op een trip wel. Vooral door veel te klimmen, in vorm te komen en me mentaal voor te bereiden op boulders die ik wil klimmen. Voorpret is altijd een groot deel van het plezier. M’n vorm is niet slecht, maar m’n hoofd is nog totaal niet in de VS. Volgende week komt Ima voor tien dagen terug naar Nederland. Vijf dagen daarvan zijn we nog in Bleau; eigenlijk zoals ieder jaar met de familie. Alleen dit keer met z’n drieën. Anders dan anders. Een paar dagen later vliegen we. Eenmaal daar komt het met de focus wel goed. Daar ben ik zeker van.

 

Fontainebleau, 22 oktober ’17

On 24/10/2017, in blog, by Enzo

Het is vandaag precies drie weken geleden dat m’n vader overleed. Op 1 oktober, volkomen onverwacht uit het leven gehaald. Terwijl hij er zo van genoot, in Zuid-Frankrijk. De afgelopen weken waren de meest intense, emotionele en hectische weken die ik ooit heb ervaren. En nog steeds realiseer ik me niet helemaal wat er allemaal is gebeurd. Halsoverkop ben ik op 2 oktober naar Nice gevlogen. Ik wist dat hij in coma lag en niet meer aanspreekbaar zou zijn. Maar alsnog kom ik te laat – of eigenlijk; de doktoren waren te vroeg. De apparatuur is uitgezet.

De laatste keer dat ik m’n vader zag was drie weken daarvoor, in Bleau. Op zaterdagavond kwamen Ron en Mirjam aan en op zondagmiddag – onze laatste klimdag – wandelen ze mee naar Furtif. Tot mijn verbazing klim ik ‘m die middag. M’n vader maakt er een filmpje van op mijn iPhone. We zijn laat klaar, lopen snel terug, zeggen gedag en zouden elkaar een kleine vier weken later weer treffen, wederom in Bleau.

Het mortuarium is een aftandse plek, hoog op een berg, uitkijkend over Nice. De ziekenhuiskleding, de brancard, het vieze kamertje en de dikke vlieg die af en toe op zijn gezicht wil landen, zorgen voor beeld dat ik nooit meer vergeet. Ron is er niet meer, maar lijkt nog zo dichtbij… Alleen gaat er vandaag geen oog open. Nooit meer. Weggaan kan bijna niet. Maar het moet. Het huis in Peymeinade afsluiten. Wegrijden. Via Bleau, waar hij ook nooit meer komt, naar Nederland. Ima komt terug vanuit Vancouver. En een dikke week na zijn overlijden komt Ron thuis. Bijna vier dagen tot de crematie is hij bij ons. Thuis in Wijchen. We zijn er weer met z’n vieren en nemen ‘m voor altijd met ons mee.

Wat hij wilde is Ima en mij zoveel mogelijk vrijheid geven. Loslaten. En ons allebei onze eigen weg laten gaan. Met het volste vertrouwen dat het wel goed zou komen. Die vrijheid vonden we allebei. In het klimmen in de eerste plaats.

Een week na de uitvaart rijden Sanne en ik naar Bleau. Ik merk dat ik het lastig vind een balans te vinden tussen ‘gewoon doorgaan’ en stilstaan. Ik heb ondertussen alweer vier dagen gewerkt. Dat voelde goed. Maar ook bijna alsof er niets is gebeurd. Als je het gewone ritme ineens weer oppakt, lijkt alles zo normaal, terwijl in die weken daarvoor m’n leven volledig op z’n kop stond. Wat is goed, wat is normaal? Ik weet het niet. Klimmen voelt in ieder geval goed. Het voelt niet als ‘doorgaan’, maar ook niet als ‘stilstaan’. Ik had het anders ook gedaan – de week Bleau stond al gepland – maar nu voelt het haast als therapie. Iets dat veel in me losmaakt. Iets dat me helpt in het verwerkingsproces.

De eerste boulder die ik klim is precies drie weken na 1 oktober. Een mooie boulder proberen raakt me altijd. Bijna altijd is er emotie. En bijna altijd is dat plezier. Lachen. Genieten. Soms even balen, om snel daarna in te zien hoe mooi het spelletje is. En er weer om te lachen. Maar dit keer zit er wat anders in me. De boulder is Pagota. Op het moment dat ik de eerste klimbewegingen maak, komt m’n gevoel bovendrijven. Ik voel de spanning die in me zit en hoe die eruit moet. Het maakt niet uit…

Ga ik wel door? Of zal ik stoppen? Het maakt niet uit… Een half uur later begin ik toch met pogingen. Veel te gespannen. Ik klap onverwacht van greepjes. Maar het maakt me niet uit. Ik krijg het koud, maar ook dat kan me niet schelen. Ik ben er met m’n hoofd niet bij. Maar niks maakt me vandaag wat uit. En dan, weer een poging later, komt er een rust over me heen. Volledig ontspannen maak ik alle passen. En moeiteloos klim ik ‘m uit.

Er is verder niemand in Coquibus. De zon schijnt door de herfstbladeren. Maar nooit meer kan hij het zien. Nooit meer sjouwt hij met een (eigenlijk iets te zware) Mondo op z’n rug achter me aan. Nooit meer zal hij me kunnen spotten in een spannende highball, zoals in Tailleur des Mensonges. Of trots kunnen zijn op een beklimming, zoals die van Partage. Het was mijn wereld, maar Ron en Mirjam vonden een manier om ervan mee te genieten. We zagen elkaar misschien wel meer in Bleau dan in Nederland. In meer dan 16 jaar zijn ze meegegroeid in het boulderen.

Ik ga door. Natuurlijk. Als ik klim is hij dichtbij. Voor altijd.

 

First day, last day

On 15/09/2017, in blog, by Enzo

Voor september stond er maar één ding op de planning voor Sanne: Cica klimmen. Na de val van de laatste pas eind april, was ons seizoen over. Pas in augustus zijn we weer terug. In de hitte verkent Sanne de passen opnieuw. Die zitten er nog goed in. Het lukt net niet, maar dat het in september gaat lukken is een kleine zekerheid.

Begin augustus doe ik het rustig aan. Ik klim veel tot 7b maar probeer niets moeilijker. Ik wil m’n vinger en elleboog de kans geven om weer rustig te helen. Ook in de hal zit ik nog dan nog niet op m’n max ­ − na m’n zomerstop − dus buiten wil ik niets forceren. Voor september heb ik meer plannen.

Never Last! 7a in Mont Sarrazin begin augustus.

Mijn doel voor september is wat nieuwe projecten verkennen en er hopelijk één mee naar huis nemen. M’n vinger voelt steeds beter en ik durf steeds meer. Met m’n elleboog moet ik nog even voorzichtig zijn. Maar het voelt oké, als ik maar de juiste boulders uitzoek. We hebben elf dagen. Genoeg tijd om wat investeringen te doen en wat dingen klaar te zetten voor het najaar. Op m’n lijstje staan Elephunk en Furtif droite. Met die laatste begin ik op de eerste dag. Eén pas lukt me dan nog niet…

Dan is het Sannes beurt. In de namiddag komen we aan bij Cica. Opwarmen, wat linkjes maken en dan de eerste poging. Helaas schijnt de zon vol in de boulder. Met een startmat boven m’n hoofd, kan ik ‘m net eruit houden. Dat helpt. Het begin mis ik volledig, maar als Sanne de hoek om komt, zie ik dat het goed gaat. En jawel, eerste dag, eerste poging. Wat een bevrijding, na dertien sessies in totaal!

De dag erna heb ik een goede sessie in Elephunk. En later die week maak ik alle passen van Furtif. Tussendoor krijg ik nog een nieuw project. Omdat het te warm is om Furtif af te maken, probeer ik Pagota. Ook dat gaat goed. Afmaken lukt me net niet, maar in oktober gaat dat wel lukken. En ook Sanne heeft er met Pagota een nieuw project bij!

Nog even een 7c meepakken: El Dorado in Montrouget.

De laatste twee dagen van de trip ga ik terug naar Furtif. Vooraf had ik bedacht dat het mogelijk zou zijn die in een week te klimmen. In de hal word ik weer fitter dus met wat werk zou 8a ook wel weer moeten lukken. Sessie drie op de voorlaatste dag. Helaas is het begin nat, maar ik maak goede links. Op de laatste dag sessie vier. Een paar keer kom ik eruit in de 7b. En dan lukt het toch nog. Laatste dag, laatste poging. Dat rijdt lekker terug naar huis!

Furtif droite, de poging waarin het lukt.

 

Zwitserland

On 18/06/2017, in blog, by Enzo

Twee weken crimpen op graniet, terwijl ik het eigenlijk niet verstandig is… Begin van dit jaar maakte ik al plannen om mijn seizoen in Zwitserland af te sluiten. Maar kort voor vertrek blijkt m’n vinger niet helemaal in orde. Toch kijk ik uit naar de trip. Grote doelen laat ik varen, maar bekijk wel veel filmpjes vooraf. Vooral om vingervriendelijke boulders te vinden. Met een lijstje vooraf en wat zoeken eenmaal ter plekke, heb ik me goed vermaakt en m’n vinger niet meer stukgemaakt dan dat ‘ie al was.

Klimmen in een andere omgeving werkt altijd verfrissend. En het is altijd leuk om oude vrienden weer te zien. Ik begin m’n trip in Luzern, bij Barti en Tabea. Een jaar of vijftien geleden ontwikkelde Barti het boulderen in Engelberg. Ze laten hun thuisgebied graag aan me zien!

Topcondities in Engelberg. De boulders van m’n lijstje lukken allemaal. En wat een mooie omgeving. Hier de vallei van ver. De Fuchstein (met onder andere Eitelkeit) is de grootste boulder in het midden van de vallei. Vanaf hier nog 20 minuten lopen.

Opwarmen op de Molotov-boulder, met daarachter de Fuchstein.

Na een zeer uitgebreide warming-up lukt Barti’s Lieblingslaster Eitelkeit me snel. Meer compressie dan echt crimpen en echt mooie passen. Helaas geen top-out, maar ok; dat heb je in Zwitserland wel meer. Thuis had ik al wat fotootjes van Nilpferd gevonden. Dat lijkt een echte een compressieboulder. En inderdaad; erg mooi én een top-out! Ik moet er iets harder voor werken dan voor Eitelkeit, maar tik ‘m ook snel binnen. Een lekkere eerste klimdag! Tijd om door te gaan naar Magic Wood.

In de zomer van 2009 was ik al eens in Magic Wood geweest, maar veel kan ik me niet meer herinneren. Met m’n lijstje vingervriendelijke boulders in de hand m­aak ik na aankomst een rondje door het gebied. Uiteindelijk kom ik zo tot een definitieve prioriteitenlijst. Bovenaan staat Body Count. Die is vingervriendelijk en ik heb ‘t idee dat ik ‘m snel kan klimmen.

Ook UG2 staat op m’n lijstje. Flink crimpen met rechts, maar met strak tapen, één keer doorzetten en daarna meteen koelen, kom ik gelukkig goed weg. Inmiddels heb ik dan ook al twee dagen gewerkt in Body Count, die toch lastiger is dan dat ik had ingeschat. Na een rustdag kom ik dichtbij, maar moet op tijd stoppen. Die avond treedt Barti op in Zürich. Dat wil ik wel zien. En daarna neem ik Barti en Tabea voor ’t weekend mee terug naar Magic Wood, waar ook Kati (ook uit de Grampians) inmiddels is aangekomen.

Buandik Magic Wood.

Na een korte nacht voel ik me niet heel fris. We beginnen de dag in Minisex, Kati’s project. Ik krijg ‘m eruit geperst, maar heb weinig hoop voor Body Count. De eerste pogingen zijn slecht en tot twee keer toe overweeg ik te stoppen. Maar als de anderen hun klimschoenen aantrekken om de passen te proberen, wil ik toch weer meedoen. Iedere poging gaat beter, tot ik de sprong weer mis. M’n huid is bijna door… Als ik zelf niet meer geloof dat het die dag nog gaat lukken, weet Barti me toch te overtuigen om door te gaan. Kati checkt of m’n hak goed ligt. De knijper. En de sprong. Dit keer op de goede plek. Barti, Tabea en Kati schreeuwen me door het einde. Toch nog!

De laatste dagen in Magic Wood doe ik rustig aan. Ik heb nog te weinig tijd om aan iets moeilijks te beginnen en ik wil nog wat meer boulders zien dan Body Count en UG2. Daarom kies ik wat dagprojecten uit. En als ik Barti en Tabea weer op de trein zet maken we plannen voor de laatste dagen van mijn trip. Ik zie ze nog in Luzern. Ze vertellen over een boulder bij de Gotthardpas, waar we prima een dagje naartoe kunnen. Maar de beschrijvingen doen geen belletje rinkelen. Tot de naam valt: Dulcifer. Die ken ik wel! De laatste dagen in Magic Wood weet ik dus ook dat ik ook nog wat energie over moet houden..!

Barti in Slip Slap Slop en Kati in Minisex, haar eerste 7c!

Dulcifer ligt een uurtje ten zuiden van Luzern. Maar omdat het die dag mogelijk gaat regenen, zijn Barti en ik er al vroeg bij. Er is genoeg bewolking en de staande start lukt me in een paar pogingen. De passen van de zit gaan ook snel. Dat voelt niet veel harder. Ik doe een paar pogingen, maar dan komt de zon er toch in… De regen is inmiddels verdwenen van de radar. Noodgedwongen wacht ik een uur. Maar m’n pauze is te lang. Als ik weer instap, ben ik afgekoeld en is de rots juist opgewarmd. Een paar pogingen later blijkt de energie op… De laatste dag in Engelberg ben ik ook niks meer waard. Zelfs een 7a+ kom ik niet meer door. Maar m’n trip is meer dan geslaagd!

Voor m’n vinger heb ik de hele trip de juiste boulders uit kunnen zoeken. Daardoor lijkt het alsof er niets aan de hand is. Maar als ik af en toe moet doorcrimpen om er wat uit te persen – zoals UG2 of de laatste pas van Fight Club – dan is het des te voelbaarder. Van de ene kant vind ik het jammer dat ik niet meer heb kunnen proberen deze trip. Maar van de andere kant; dat was het misschien ook niet waard. Ik ben blij dat ik achten heb kunnen klimmen, ondanks m’n vinger, en kijk ernaar uit het volgende seizoen blessurevrij te beginnen!

Op m’n laatste dag klim ik niet meer. Ik ben gesloopt en het is slecht weer. Regen betekent wel een goede flow voor Barti; net terug van vier maanden surfen in Australië. Maar waarom stoppen als je ook in Zwitserland door kunt gaan! Na barti’s surfsessie rijd ik door naar Zürich voor een bezoekje aan Ties. Dat was lang geleden! En het is natuurlijk Ties die me weet over te halen tot dit soort dingen…

Tot slot de lijst:

Engelberg
21/5 Lieblingslaster Eitelkeit 7c+
21/5 Nilpferd 7c

Magic Wood
24/5 UG 2 8a
27/5 Minisex 7c
27/5 Body Count 8a
29/5 Rythmo 7c+
30/5 Fight Club 7c
31/5 The Gift 7c

Schöllenen
2/6 Dulcifer stand 7c+
2/6 Fat Devil 7c

 

Seizoensafsluiter 2016/2017

On 07/05/2017, in blog, by Enzo

85 dagen (van juli 2016 t/m april 2017)
14 keer op en neer
92 nieuwe 7+8en (totaal 1053)
3x 7c+, 4x 8a, 1x 8a+, 1x 8b

Weer een seizoen voorbij.

Een seizoen waarin ik me voor het eerst sinds lange tijd weer échte doelen stelde. Dat hielp. Met m’n eerste 8b in januari als absolute highlight. Daarmee is seizoen 2016/2017 meer dan geslaagd. En toch bleven er ook dingen liggen… Zeker voor Sanne.

In het begin van het seizoen nam ik me voor te focussen op boulders vanaf 7c+. Welke boulders dat waren, wist ik toen nog niet. In september een beetje oriënterend. Maar al snel kwamen de projecten op m’n pad. Partage eerst. Bleu Sacré daarna. M’n piek lag duidelijk in november, december, januari en februari. Niet alleen omdat ik toen m’n moeilijkste boulders klom. Het klimmen ging toen echt makkelijk. Alles tot en met 8a voelde in die periode heel oké en lukte snel. 31 en nog nooit zo fit geweest? Misschien wel.

Maar toen het voorjaar aanbrak, liep ik tegen een grens aan. Taipan lukte niet. Het werd een mentale struggle. Ik ging vaak terug, maar merkte dat ik meer op frustratie dan op motivatie klom. Dat werkte averechts. Na talloze sessies besloot ik ‘m te laten rusten. In ieder geval tot volgend seizoen. Had ik eerder moeten doen. Want mede door Taipan klom ik in maart niet echt wat noemenswaardigs.

In maart ging ik ook weer op zoek naar nieuwe projecten. Ik probeer veel, maar vind niet nog een project zoals ik eerder in het seizoen had. In april gaat de zoektocht verder. Maar ondertussen heb ik een paar pijntjes opgelopen. In m’n vinger en m’n elleboog. Ik merk dat ik moet opletten. Heeft de boog soms te lang gespannen gestaan? Ik probeer nog wat achten (o.a. Il Niño, Sauruman en Illusion du Choix), maar klim uiteindelijk alleen een paar 7c’s. Iets dat ik dit seizoen eigenlijk niet meer (bewust) wilde doen. Maar toch zoek ik ze op. Ook omdat ik de boulder waarvoor ik écht gemotiveerd ben niet vind.

Elephunk stond nog op m’n lijstje, maar de laatste twee weekends in april kon ik ’t niet opbrengen. Ik merk dat ik een tandje moet afschakelen, en dat de moeilijkere boulders – in tegenstelling tot in de winterperiode – nu ook weer moeilijk voelen. Daarom probeer ik liever even dingen met anderen, in plaats van in m’n eentje onder Elephunk te kruipen.

Sanne gaat er nog wel vol voor. Na de beklimming van God Save my Finger was zij juist in de wintermaanden op zoek naar iets nieuws. In maart ontdekt ze La Cicatrice de l’Ohm. De passen lukken al na een paar sessies. En dan lukt de boulder in drie delen. En dan in twee. En dan is het nog maar een paar passen tot het einde. En dan hangt ze ineens aan het eindrandje… De moeilijkheden zijn voorbij, maar Sanne is leeg. Alleen nog de mantle. Zesdegraads… Wat zonde!

De mentale verwerking kost tijd. Zeker omdat het seizoen voorbij is. De passen zitten er zo goed in, maar voorlopig gaan we niet terug. Toch overwegen we even om nog een heel kort tripje te doen een weekend later, speciaal voor Cica. Maar na lang dubben, schuift Sannes tweede acht toch op naar volgend seizoen…

Geen afsluiter in mei dit keer dus. In plaats van naar Bleau, ga ik eind mei nog tweeënhalve week naar Zwitserland. Maar tijdens het laatste weekend Bleau begin ik me zorgen te maken. De pijn in m’n vinger wordt steeds erger. Na een klimsessie voelt m’n vinger dik. En druk op m’n onderste kootje doet echt pijn. Ondertussen ben ik naar de Nederlandse klimfysio geweest. M’n elleboog blijkt een ‘klimmerselleboog’ te zijn. En m’n vinger een ontstoken peesschede. Gelukkig is er niets kapot. Maar ook dit heeft wel wat maandjes nodig.

In Zwitserland moet ik oppassen en waarschijnlijk iets rustiger aandoen. Jammer. Maar ik probeer er nog wel wat uit te persen. Na Zwitserland houd ik m’n jaarlijkse zomerpauze. Om daarna hopelijk weer redelijk fris op te bouwen voor volgend seizoen. Voor Illusion. Taipan. Elephunk. En wie weet wat nog meer! Eén ding is me dit seizoen in ieder geval (opnieuw) duidelijk geworden: een concreet doel voor ogen hebben helpt en is super motiverend!

 

Niet zoals gepland

On 19/03/2017, in blog, by Enzo

Negen dagen Bleau, acht daarvan goed weer. En toch niet echt iets moeilijks geklommen. Het lukte niet. Meer dan tien keer klom ik Taipan tot de laatste pas. Volledig uitgeduwd hing ik in de mantle. En keer op keer voelde de linker sloper aan als een blok zeep. Onmogelijk om m’n voet omhoog te krijgen. Dat kwam m’n motivatie niet ten goede. Want toen ik Taipan voor het eerst probeerde, klom ik ‘m al bijna. Ik zipte toen uit de mantle. Het voelde heel makkelijk. Daarna kwam ik vier keer terug om ‘m af te maken; eind februari twee keer en afgelopen week twee keer. Telkens zonder progressie. Dat is me nog nooit gebeurd. M’n huid wordt heel dun. De zweetdruppeltjes die door m’n roze vingertoppen komen, helpen ook niet mee. De hele week klim ik op diep roze toppen. Dat was lang geleden. Andere projecten die ik had willen proberen, moeten daardoor ook wachten. Met deze dunne huid kan ik niets anders dan een tandje afschakelen. Ik klim gelukkig redelijk wat makkelijkere zevens – en dat was ook al even geleden!

Wat oud materiaal – Sanne in 36.15 Power in de kou van januari – en wat nieuws; Mister Freeze in de voorjaarszon afgelopen week.

Sanne had de vorige keer even een motivatiedip, maar hervindt ‘m deze keer. Projecten in Cicatrice de l’Ohm gaat heel goed. Die moet kunnen!

 

Begin februari ben ik een weekend in Bleau met m’n ouders. Voornamelijk om te helpen klussen; de keuken is het laatste dat we nog moeten aanpakken na de overstroming in juni vorig jaar. Ik kom één middag aan klimmen toe. In Apremont probeer ik Taipan. Anderhalf jaar geleden had ik ‘m al eens kort geprobeerd en nu had ik goede hoop ‘m in één sessie te klimmen. De uitklim is een op zichzelf staande 7b. Een hele harde. Maar als ik de methode heb en ik durf door te zetten – de afsprong is een beetje spannend – lukt het snel. De beginpassen van Taipan leveren ook geen problemen op. En dan, poging na poging kom ik eruit op de mantle. In m’n beste poging sta ik al bijna op het blok als m’n voet zipt. Poging na poging. Tot ik te moe ben om ‘m af te maken…

Werken aan een nieuwe keuken.

Gelukkig ben ik een week later weer in het bos.

Op dag één is het mistig en vochtig. Taipan – een noordwandje – zal wel nat zijn. We kiezen daarom voor Mont Pivot, waar Sanne Pancras wil checken. Die is mooi droog! De volgende dag is het weer mistig, maar het trekt al vroeg open. Een hele mooie dag. Toch ga toch naar het noordwandje van Taipan, waar géén zon komt. Het begingreepje is vochtig, de rest krukdroog. De mantle lukt snel nog een keer. Maar als ik wil instappen, knal ik van het begingreepje. Toch de nat? Ik hoef maar één keer door de beginpas te komen om ‘m uit te klimmen… Dat lukt, maar ik strand met een klamme hand op de mantle. Dat motiveert niet. Ik kan beter stoppen en iets anders gaan doen. Zeker op zo’n mooie dag.

Werken in Taipan. Dat had eigenlijk afmaken moeten zijn…

Sanne leest een boek in de zon, terwijl ik de nieuwe boulders Sauruman en Miss Tick bekijk. Sauruman ziet er mooier uit, maar Miss Tick heeft meer grepen. Om weer een beetje warm te worden, kies ik voor die tweede. En als steeds meer passen lukken, zet ik door. Na zo’n anderhalf uur werk sta ik op het blok. Niet onaardig, maar Sauruman zal wel mooier zijn. Die heb ik nog te goed. Rond vier uur stapt Sanne – warm geworden door de zon – Noir Désir in. Wederom een goede werksessie.

Op zondag is Cuisinère droog. Sanne probeert Footrix; afmaken lukt niet. Ik heb hoop op Taipan. Maar de begingrepen zijn nog steeds een klein beetje klam. En wederom kom ik met een licht vochtige hand op de laatste sloper aan. Dat gaat toch echt niet. Er zit niets anders op dan terug te komen als het een keer echt droog is. En ‘m dan snel intikken.

Werken in Footrix.

De laatste twee dagen van onze vijfdaagse trip zijn bewolkt. Af en toe valt er een spatje regen. Alleen op Rempart vinden we droge blokken. Sanne – het hele weekend al in de werkmodus – spendeert twee middagen in Big Golden. Ik hoop op beter weer in maart. Want naast Taipan, wil ik ook wel eens kijken in Elephunk.

 

Bleu Sacré

On 31/01/2017, in blog, by Enzo

In 2005 klom ik m’n eerste 8a. Begin 2009 m’n eerste 8a+. En zo klim ik al dik tien jaar ongeveer op hetzelfde niveau. Toen ik in 2010 een half jaar naar de VS ging, nam ik me voor om daar m’n eerste 8b te klimmen. Maar eenmaal daar liet ik dat plan weer varen. Er was te veel moois om me te focussen op dat ene nummertje. Ik kwam terug met tien achten, maar geen 8b.

In Australië was ik dichtbij. Het is inmiddels 2014 en voor het eerst focus ik me echt op een 8b. Doordat de Northern Grampians gesloten zijn, kunnen we alleen in het zuidelijk deel van het park terecht. Daar ligt een van de mooiste boulders van Australië: Cherry Picking. Ik begin met projecten en het verhaal is bekend. Negen sessies, talloze keren op de eindpas eruit en met lege handjes terug naar huis.

In het bos maakte ik geen echt werk van 8b. Het meest serieus probeerde ik Ubik assis, maar die ging eind november weer onderaan de lijst, mede vanwege last van m’n pols. Sideways Daze stapte ik wel eens in, maar nooit echt serieus. En L’Apparemment bas probeerde ik ook een paar keer. Daar bleef het bij. Ik haalde de afgelopen jaren veel voldoening uit moeilijke zevens en af en toe een acht. Uitdagend genoeg en ook genoeg boulders om te proberen. Totdat de voorraad zevens kleiner en kleiner werd. Ik moest wel gaan projecten!

Dat begon met Partage. Begin oktober begon ik eraan, eind november maakte ik ‘m af. Op zoek dus naar een nieuw project. Ondertussen klim ik een aantal 8a’s. Ze gaan steeds makkelijker. Dat moet toch een goed teken zijn! Begin december besluit ik terug te gaan naar Bleu Sacré. Ik was er toevallig bij toen Antoine Vandeputte ‘m opende in 2010. Dat maakte toen al indruk. In oktober 2015 probeerde ik ‘m voor het eerst. Ik kon toen nauwelijks een pas maken, maar zette ‘m wel op de projectenlijst.

Begin december ging het beter. Maar er moesten nog zes intensieve sessies aan te pas komen, voordat ik m’n eerste 8b kon binnentikken… Twee daarvan waren eind december. Het lukt me dan alle passen te maken. De volgende dag ga ik terug. Sessie vier. Ik ben moe, maar als ik vermoeid passen kan, lukt het zeker als ik fris ben. En jawel, wederom maak ik alle passen.

Eind januari zijn we weer tien dagen in Bleau en ik zet vol in op Bleu Sacré. Ik weet dat ik het kan. Maar mogelijk heb ik een lange adem nodig om het daadwerkelijk te doen. De condities zijn perfect. Koud, zonnig en droog. Bijna té koud. Opwarmen is moeilijk. Door de vele passen worden m’n handen in de boulder uiteindelijk toch weer koud. Mijn spieren lijken snel leeg.

In m’n vijfde sessie kan ik ‘m klimmen in twee overlappende delen. In sessie zes val ik hoog en constateer een kleine split in m’n linker wijsvinger. Ik moet hoe dan ook een dag rusten. Hopen dat m’n vinger ook heelt in een dag… Of worden het twee rustdagen?

Als ik na één rustdag naar de voorspellingen kijk, weet ik dat ik ervoor moet gaan. Voor de dag erna geeft WeatherPro bewolking, mist en een hoge luchtvochtigheid aan. Maar m’n split is nauwelijks dicht… Met het risico om ‘m weer open te trekken, ga ik toch. Ik werk het einde nogmaals uit en verfijn m’n beta. Vervolgens heb ik twee hele goede pogingen, maar het zijn kleine foutjes die me weer terug op de mat zetten. Die foutjes waren kennelijk nodig om de beta nóg beter in m’n hoofd te krijgen…

M’n wijsvinger houdt het nét. Ik moet weer een dag rusten, terwijl ik super dichtbij ben. Dat kost me mentaal meer energie dan ik had gehoopt… De dag erna is het inderdaad mistig en koud. We doen een rondje Bleau. Veel mist is aangevroren op de blokken. Ik ben bang voor morgen.

De volgende dag is het steenkoud – gevoelstemperatuur van -6, volgens m’n app – en er is geen zon. Maar ik voel me goed en de boulder ligt er mooi bij. Klaar voor sessie acht. Als ik tijdens het opwarmen andere blokken aanraak, zijn ze spekglad. Toch aangevroren mist! Gelukkig lijkt Bleu Sacré wel ijsvrij. In m’n eerste poging kom ik meteen weer hoog, maar m’n rechterhand zipt van het ruggetje. Glad? IJs? Of juist te droog? Ik zie ‘m alweer bijna door m’n vingers glippen, maar dwing mezelf m’n concentratie vast te houden.

Goed poetsen, bijna een half uur rusten (en rondrennen) en nog een keer. Mooi om te merken hoe passen die eerst bijna onmogelijk leken, ineens vloeiend gaan. Zelfverzekerd klim ik voor de zoveelste keer naar het ruggetje. Bijpakken met de duim eronder. Het zijgreepje. Niet zippen… En de rand. M’n eerste 8b, in Fontainebleau nog wel!

 

Nieuw project

On 04/01/2017, in blog, by Enzo

Aan het begin van dit seizoen nam ik me voor me te focussen op moeilijkere boulders. Ik klom de afgelopen jaren een hoop 7c’s. Inmiddels zijn dat er 127 (in Bleau). Vanaf daar wordt de piramide smaller. De focus moet dit seizoen dus liggen op boulders vanaf 7c+. Of misschien zelfs wel 8a. Meer projecten!

Tot nu toe pakt dat voornemen goed uit. De oplettende kijker ziet misschien nog een aantal 7c’s op m’n lijstje staan; bijvangst is natuurlijk altijd mooi meegenomen. Maar sinds ik de 1000 ben gepasseerd, is kwantiteit geen doel meer. Na Partage wilde ik weer een nieuw project en begin december werkte ik sinds lange tijd weer eens in Bleu Sacré. Dat zou ‘m weleens kunnen worden!

De eerste 4 dagen van de kerstvakantie is het slecht weer. En als het op dag 5 beter wordt, lijkt het toch verstandig een sneldrogende boulder uit te kiezen. Van Michiel hoorde ik dat Le Vent dans la Plaine goed droogt en mooi klimt. Het is ook nog 8a, dus dat past binnen m’n plan. Erheen dus. Na een lange sessie met Chiel lukt afmaken net niet. De volgende dag komen we terug. Warm worden gaat moeizaam, maar eenmaal warm lukt het gelukkig snel.

Eindelijk mooi weer. In de ochtend wat mist, maar al snel wordt het blauw.

Zelfs zon in het donkere Demoiselles.

Ook al blijft het mooi weer, ik besluit na lang dubben om toch een rustdag in te plannen. Vers naar Bleu Sacré geeft het meest realistische beeld. Vanuit daar kan ik verder plannen.

Het nieuwe werken in Bleu Sacré. Eenvoudig halverwege instappen en alle passen checken. Ideaal. Na een lange sessie kan ik alle passen maken. Ik kan ‘m klimmen!

Ondanks de vermoeidheid ga ik op 31 december – m’n laatste klimdag – terug naar Bleu Sacré. Als ik in vermoeide staat wat kan, lukt het zeker als ik vers ben. Uiteindelijk maak ik weer alle passen. Het vertrouwen is er. In januari kom ik zeker terug!

Ima – voor een paar weken terug in Europa – onderhoudt haar crack-skills.

Oudjaarsdag: steenkoud.